Meerdere medicijnen tegelijk (polyfarmacie)
Ouderen gebruiken vaak meerdere medicijnen, omdat zij verschillende aandoeningen hebben (co-morbiditeit). Zowel medicijnen voor psychische aandoeningen (psychofarmaca) als medicijnen voor lichamelijke klachten kunnen tremor veroorzaken. In het farmacotherapeutisch kompas staan meer dan 300 medicijnen waarbij tremor als bijwerking genoemd wordt. Daarnaast kunnen medicijnen elkaar beïnvloeden. Dit kan de kans op bijwerkingen, zoals tremor, vergroten.
Een voorbeeld: een oudere patiënt gebruikt citalopram vanwege depressie en krijgt daarnaast tramadol tegen pijn door artrose. Beide medicijnen werken op dezelfde stof in de hersenen (serotonine). Hierdoor kan de kans op tremor of zelfs het serotoninesyndroom toenemen.
Een ander voorbeeld: een oudere patiënt gebruikt risperidon vanwege psychosegevoeligheid en krijgt na een operatie metoclopramide tegen misselijkheid. Beide medicijnen werken op dopamine. Dit kan de kans op tremor (via het extrapiramidale systeem) vergroten.
Andere mogelijke oorzaken
Bij ouderen is de kans groter dat er sprake is van een lichamelijke aandoening die tremor kan veroorzaken, zoals de ziekte van Parkinson of een schildklierziekte. Ook is de kans op essentiële tremor bij ouderen verhoogd.


Veranderingen in verwerking en werking van medicijnen (farmacokinetiek en farmacodynamiek)
Met het ouder worden kan veranderen hoe het lichaam met medicijnen omgaat (farmacokinetiek). Zo kan het opnemen van medicijnen door het lichaam (absorptie) verminderen. Ook kan de verdeling in het lichaam (distributie) veranderen doordat de verhouding tussen spier- en vetmassa anders wordt. Daarnaast kan de werking van de lever verminderen, waardoor medicijnen langzamer worden afgebroken (metabolisme). Ook kunnen de nieren minder goed werken, waardoor medicijnen minder snel het lichaam verlaten (eliminatie). Deze veranderingen kunnen sterk verschillen per persoon. Het is belangrijk om hier alert op te zijn, omdat dit kan zorgen voor een hogere hoeveelheid medicijn in het bloed en een grotere kans op bijwerkingen zoals tremor.
Ook kan de gevoeligheid voor medicijnen veranderen (farmacodynamiek), waardoor hetzelfde medicijn bij ouderen soms een sterker effect of juist meer bijwerkingen kan geven.
Minder goed verdragen van medicijnen
Ouderen zijn vaak gevoeliger voor bijwerkingen van medicijnen. Een dosis die voor jongere volwassenen goed te verdragen is, kan bij ouderen meer bijwerkingen veroorzaken. Dit kan een grotere invloed hebben op het bewegen en op hoe iemand zich geestelijk voelt.
Grote invloed op het dagelijks leven
Bij ouderen kan tremor een grote invloed hebben op het dagelijks leven. Op oudere leeftijd komen vaak meerdere problemen tegelijk voor, zoals slechter zien, achteruitgang van het geheugen, minder goed bewegen en eenzaamheid. Tremor kan deze problemen erger maken en het moeilijker maken om dingen te doen die eerst vanzelf gingen.
Ouderen hebben vaak minder spierkracht, minder goede coördinatie en fijne motoriek. Tremor maakt dit nog lastiger. Hierdoor worden gewone activiteiten zoals aankleden, eten of schrijven extra moeilijk worden. Bijkomende ziekten, zoals artrose, diabetes of neurologische aandoeningen, beperken de bewegingsvrijheid nog verder en maken de gevolgen van tremor groter.
Ook kan de zichtbaarheid van tremor vaak gevoelens van schaamte oproepen. Mensen denken soms ten onrechte aan de ziekte van Parkinson. Daarnaast hebben ouderen vaak meer moeite om zich aan te passen aan nieuwe dingen, zoals nieuwe technologieën. Dit maakt de problemen nog groter.