Noortje Roussel deed van 2012 tot 2016 onderzoek in het kader van haar opleiding tot klinisch psycholoog – psychotherapeut.

Zij onderzocht de mate waarin klinisch psychologen (in opleiding) seksualiteit bespreken met patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS). Deze problematiek wordt geassocieerd met seksueel risicovol gedrag, wat het belang van het adequaat bespreken van seksualiteit met deze patiëntengroep onderstreept.

Het bespreekbaar maken van seksuele problematiek blijkt voor veel hulpverleners lastig. Twee derde van de Nederlandse psychiatrische populatie ervaart seksuele problemen, waarvan 71% aangeeft dat hun huidige hulpverlener niet vraagt naar seksuele problematiek. Juist bij patiënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) is het bespreekbaar maken van seksualiteit belangrijk, omdat BPS geassocieerd wordt met seksueel risicovol gedrag, zoals weinig condoomgebruik, zich prostitueren, ervaring met seksueel misbruik en ontwikkelen van SOA’s en seksuele stoornissen. Sekse en leeftijd zijn een barrière gebleken in het bespreken van seksualiteit met BPS-patiënten.

Het onderzoek focuste zich op de sekse en leeftijd van de klinisch psycholoog (in opleiding) (KP-er) en de BPS-patiënt om een match te creëren met als doel de seksuologische gespreksvoering te optimaliseren. Er werd voorspeld dat:

  • Minder dan de helft van de KP-ers seksualiteit bespreekt met hun BPS-patiënten
  • Seksualiteit meer besproken wordt als de KP-er en de BPS-patiënt van dezelfde sekse zijn
  • Seksualiteit meer besproken wordt wanneer de BPS-patiënt jonger is dan de KP-er
  • Seksualiteit meer besproken wordt wanneer de KP-er en de BPS-patiënt van dezelfde sekse zijn en de BPS-patiënt jonger is dan de KP-er

Deze vragen zijn onderzocht door 400 klinische psychologen twee situaties voor te leggen, bestaande uit klinische situaties gebaseerd op een situatie van een BPS-patiënt. De klinisch psychologen werd gevraagd in hoeverre hij of zij seksualiteit zou bespreken met de BPS-patiënt. Middels een demografische vragenlijst werden andere variabelen als seksuele oriëntatie, nationaliteit, levensbeschouwing, woonplek, werkervaring en wel of niet in opleiding uitgevraagd.

Uit de analyses bleek dat van de KP-ers seksualiteit zou bespreken met hun BPS-patiënten. KP-ers bespreken seksualiteit van BPS-patiënten meer wanneer de KP-er en de BPS-patiënt van hetzelfde geslacht zijn (ongeacht welk geslacht), wanneer de BPS-patiënt jonger is dan de KP-er, de KP-er niet-religieus (Protestants) is, de KP-er niet meer in opleiding is en wanneer de KP-er in een stad woont. Het is van belang persoonlijke kenmerken als sekse en leeftijd in acht te nemen om de seksuologische gespreksvoering te vergemakkelijken met BPS-patiënten, een patiëntengroep met een verhoogde seksuologische kwetsbaarheid. De implicatie voor de praktijk is dat KP-ers zich meer bewust moeten zijn van de barrières sekse en leeftijd in seksuologische gespreksvoering met BPS-patiënten en dat BPS-patiënten – indien praktisch haalbaar – ‘gematcht’ worden aan de KP-er.

Het is van belang seksualiteit bespreekbaar te maken met deze kwetsbare patiënten. Voor klinisch psychologen (in opleiding) (KP-er) blijkt dat sekse en leeftijd een barrière kunnen zijn in het bespreken van seksualiteit. Daarnaast blijkt dat het niet meer in opleiding zijn, religie en de woonplek van de KP-er een rol spellen in de mate waarin seksualiteit besproken wordt. De KP-er moet zich meer bewust zijn van de barrières in seksuologische gespreksvoering met BPS-patiënten.