Christel Hessels is klinisch psycholoog, hoofdonderzoeker én leidinggevende van HYPE (Helping Young People Early). In 2017 promoveerde Christel op haar onderzoek naar de ontwikkeling van Borderline Persoonlijkheidsstoornissen (BPS) tijdens de adolescentie en jonge volwassenheid.

BPS is een ernstige psychische stoornis die wordt gekenmerkt door problemen met het reguleren van emoties, een verstoord zelfbeeld, instabiele relaties en impulsief gedrag. Onderzoeksresultaten laten zien dat BPS trekken bij jongeren beïnvloedbaar zijn.
Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat we borderline onder het 18e levensjaar betrouwbaar en valide kunnen vaststellen én dat er goede effectief bewezen behandelingen voorhanden zijn. Dit samen maakt dat de adolescentie en jonge volwassenheid belangrijke momenten zijn om te behandelen.

Binnen de levensloop van BPS heeft de interactie tussen persoonskenmerken en de sociale omgeving een belangrijke rol.
Vergeleken met gezonde leeftijdgenoten, hebben adolescenten met BPS substantiële tekortkomingen in hun psychosociaal functioneren. Zeker tijdens de adolescentie, waarin de sociale ontwikkeling zo centraal staat, zijn persoonlijkheid en sociale context van belang.

In haar proefschrift stond Christel Hessels stil bij twee processen die belangrijk zijn in de relatie tussen persoonlijkheid en omgeving:

  • mentaliseren: het begrijpen van het gedrag van zichzelf en anderen en dit verklaren vanuit achterliggende gevoelens, gedachten en motivatie
  • en sociale relaties met ouders en leeftijdsgenoten.

Christel deed dit bij adolescenten en jongvolwassenen die te maken hadden met borderline, theatrale, antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornissen, met de meeste focus op BPS.

In 96 adolescenten heeft zij het vermogen tot mentaliseren onderzocht. Hieruit bleek dat de intensiteit van emoties, inadequate coping strategieën en agressieve reacties een rol spelen bij sociale informatieverwerking bij de zojuist genoemde persoonlijkheidsstoornissen. Specifiek voor BPS bleken vermijdende en prosociale reacties en vooral herinneringen aan eerdere frustrerende sociale situaties met leeftijdsgenoten een rol te spelen bij het mentaliserend vermogen.

Daarnaast heeft zij bij 123 adolescenten en jongvolwassenen gekeken naar sociale relaties met ouders en een beste vriend of vriendin. Hierbij is met name de rol van negatieve interacties met ouders van belang gebleken. Een effect dat niet kan worden gecompenseerd of verminderd door relaties met een beste vriend of vriendin. Dit lijkt te bevestigen dat de relaties met ouders de basis vormen voor het aangaan van sociale relaties in het algemeen. Dit heeft zij ook teruggevonden in de associaties tussen BPS en negatieve jeugdervaringen, zoals misbruik, mishandeling en verwaarlozing. Hoewel deze negatieve jeugdervaringen sterk samenhingen met de huidige kwaliteit van relaties met ouders, konden deze niet gecompenseerd worden door de huidige relaties zowel met ouders als met leeftijdgenoten.

Deze resultaten dragen bij aan de kennis van BPS en onderstrepen de complexiteit van sociale relaties bij de stoornis. Omdat adolescentie een cruciale fase is in de psychosociale ontwikkeling, lijkt de adolescentie een kritieke fase voor interventies gericht op het bevorderen van de psychosociale ontwikkeling. Om optimaal gebruik te kunnen maken van deze cruciale fase voor interventie, zijn zowel eenvoudige screening en laagdrempelige interventie, als meer specifieke diagnostiek en specialistische behandeling voor adolescenten met risico op BPS noodzakelijk. Problemen in mentaliseren en in de sociale relaties zullen zowel een aspect van de diagnostiek als een doel in de behandeling van jonge mensen met BPS moeten zijn.

Promotor: Prof. dr. M.A.G. van Aken, Copromotor: Dr. O.M. Laceulle. Dr. C. J. Hessels (2017). Borderline Personality Disorder in Young People: Complexities in Understanding of and Relating to Others.

Lees ook:

> het complete proefschrift van Christel Hessels
> HYPE ‘Helping Young People Early’
> HYPE: jongere met borderline in vroeg stadium behandelen