gewicht en gezondheidsfactoren bij kinderen

U bent hier :Home/werken & leren/wetenschappelijk onderzoek/onderzoekslijnen/ontwikkelingsstoornissen/gewicht en gezondheidsfactoren bij kinderen

Wieske Overbeek is als kinder- en jeugdpsychiater werkzaam bij Fornhese in Flevoland.

In haar promotieonderzoek wil zij de incidentie en prevalentie van overgewicht en metabole afwijkingen bij kinderen en adolescenten met Autisme Spectrum Stoornissen (ASS) met en zonder gebruik van antipsychotica bepalen en wil zij de risicofactoren voor overgewicht en metabole afwijkingen beschrijven.

Bij kinderen met ASS kunnen antipsychotica helpen om ernstige prikkelbaarheid, agressie en zelfverwonding en aan ASS gerelateerd onaangepast gedrag te verminderen. In Europa en in de VS worden antipsychotica steeds vaker en in veel gevallen langdurig aan kinderen voorgeschreven. Tegelijkertijd groeit de afgelopen jaren de bezorgdheid over metabole bijwerkingen van antipsychotica.

Het is bekend dat er een verhoogd risico is op gewichtstoename bij volwassenen en dat er een verband is met diabetes mellitus type 2 en andere metabole effecten, die samen zouden leiden tot een verhoogd cardiovasculair risico. Dat overgewicht en obesitas in de kindertijd een grotere kans geeft op obesitas, metabool syndroom en sterfte door hart en vaatziekten in de volwassenheid weten we ook.

Maar wat weten we of kunnen we weten over de kans op overgewicht en andere risicofactoren bij kinderen? Over effecten van antipsychotica op de stofwisseling en risicofactoren voor metabole afwijkingen bij kinderen, en bij kinderen met ASS in het bijzonder,  zijn nog weinig data beschikbaar. Er zijn aanwijzingen dat kinderen en jongeren met ASS die geen antipsychotica gebruiken al gezondheidskenmerken hebben die de kans op hart- en vaatziekten vergroten, zoals bijvoorbeeld verlaagd vitamine D of overgewicht. Het is nog onduidelijk of mechanismen in de ontwikkeling van hart en vaatziekten en diabetes bij kinderen met ASS anders zijn dan bij kinderen met een normale ontwikkeling, en ook of het gebruik van antipsychotica deze mechanismen veranderen.

Komen risicofactoren voor overgewicht bij kinderen met ASS zonder antipsychoticagebruik overeen met die voor kinderen met een normale ontwikkeling? Welk risico heeft een onderliggende psychiatrische stoornis zoals ASS zelf op het ontstaan van overgewicht en metabole afwijkingen? En zijn er verschillen in risicofactoren zoals leefstijl tussen kinderen met ASS en hun familie vergeleken met de algemene Nederlandse bevolking?

Voor haar onderzoek zal Wieske in een periode van maximaal 3 jaar een groep van 110 kinderen en jongeren met ASS in de leeftijd van 6 tot 18 jaar includeren en een half jaar volgen. Er worden 55 kinderen en jongeren met ASS gevraagd die op advies van hun behandelaar voor het eerst gaan beginnen met een antipsychoticum en 55 kinderen en jongeren met een diagnose ASS die hiervoor geen indicatie hebben.

Onderdelen van het onderzoek omvatten voor alle deelnemers een lichamelijk onderzoek (o.a. lengte, gewicht, BMI), bloedonderzoek (verschillende metabole parameters), afnemen van een plukje haar (cortisol), vragenlijsten invullen, en meten van het individuele bewegingspatroon met de Actigraph.

Resultaten uit dit voor Nederland representatieve onderzoek kunnen leiden tot aanpassing van behandelrichtlijnen in Nederland en Europa. Meer kennis over risicofactoren moet behandelaren alert maken op het belang van preventie en behandeling op maat. Naar verwachting zullen monitoring van risicofactoren (lichamelijke controles) en aandacht voor leefstijl hierbij meerwaarde hebben.

Dit onderzoek zal naar verwachting eind 2016 starten. Wieske verwacht haar promotietraject af te ronden in 2021. Peter van Harten is promotor en Yvette Roke is co-promotor.