angst- en dwangstoornissen

U bent hier :Home/werken & leren/wetenschappelijk onderzoek/onderzoekslijnen/angst- en dwangstoornissen

De onderzoekslijn angststoornissen wil een bijdrage leveren aan de verbetering van de prognose van patiënten met een angststoornis.

Het angstonderzoek binnen GGz Centraal is ingebed in een landelijk netwerk van angstonderzoekscentra. Deze centra werken samen in het NOCDA (Netherlands Obsessive Compulsive Disorder Association) onderzoek, ‘s werelds grootste longitudinale onderzoek naar het beloop van de obsessieve compulsieve stoornis (OCS).

Naast een deelname aan dit landelijk project, richt het onderzoek zich op zowel nieuwe gedragstherapeutische behandelstrategieën als het effect van farmacotherapie en probeert het een brug tussen beiden te slaan.
Ziekte-inzicht, met daaraan gelieerd motivatie tot verandering, is een zeer belangrijk onderdeel van de behandeling van patiënten met OCS is. Daarom doen we daarnaar ook onderzoek.

Ook de innovatieprojecten op het gebied van angst vallen onder de angstonderzoekslijn. Deze innovatieprojecten zijn vooral gericht op de mogelijkheden om een digitale coach bij de behandeling van angststoornissen in te zetten.

Mocht je meer willen weten dan kun je per e-mail contact opnemen met de coördinator Henny Visser: h.visser1@ggzcentraal.nl.

lopende onderzoeken

het gebruik van home video’s in de behandeling van OCS

Sinds 2011 doet Hanneke du Mortier promotieonderzoek naar de toepasbaarheid van home video’s in de behandeling van patiënten met een Obsessieve Compulsieve Stoornis (OCS). Dit onderzoek wordt gesponsord door het Fonds Psychische Gezondheid.

Daarnaast richt Hanneke zich op het verband tussen persoonlijkheids-kenmerken en OCS. Dit doet zij met analyses op de data uit het Nederlandse Obsessieve Compulsive Disorder Associatie (NOCDA) onderzoek.

Tot nu toe heeft de geprotocolleerde gedragstherapeutische behandeling van patiënten met een OCS matig resultaat. Patiënten ervaren de behandeling als zwaar en een deel stopt wanneer de klachten deels zijn afgenomen. Vroegtijdig stoppen verhoogt de kans op terugval. Patiënten stoppen mogelijk snel omdat zij al lange tijd met OCS leven en hierdoor gewend zijn geraakt aan de stoornis. Via home video’s zien patiënten duidelijker hun dwanggedrag en dit kan hen motiveren zich meer in te zetten voor de behandeling en deze af te maken. Daarnaast is er de hoop dat men meer kan profiteren van de behandeling door op grond van de video overeenstemming tussen behandelaar en patiënt te bereiken. De video kan hiervoor concrete aanknopingspunten bieden. De verwachting is dat de patiënt door het bewuster kiezen van de te veranderen behandeling de effectiviteit van de behandeling wordt verhoogd. De home video methode werd al enige tijd binnen het Marina de Wolf Centrum gebruikt, een op OCS gespecialiseerde afdeling van GGz Centraal. Behandelaren gebruikten de video’s op momenten dat de behandeling vastliep. De video’s brachten de behandeling soms weer op gang. De behandelaren konden echter niet goed uitleggen wat het samen kijken naar deze video’s precies deed en of er ook negatieve (bij)werkingen zijn. Het promotieonderzoek van Hanneke richt zich op het in kaart brengen van de werkzame mechanisme en mogelijke (bij)werkingen.

In het home video onderzoek maakt men in de thuisomgeving van de patiënt met OCS een opname van zijn of haar compulsieve handelingen. De patiënt kijkt vervolgens naar de eigen video, waarbij de reactie in kaart wordt gebracht. Na het kijken van de video worden vragenlijsten afgenomen om de ernst van de OCS en de houding van de patiënt ten opzichte van zijn of haar ziekte in kaart te brengen.

Prof. dr. A. J. L. M. van Balkom (VU Medisch Centrum en GGz inGeest) treedt bij dit onderzoek op als promotor. Dr. H. J. G. M. van Megen (GGz Centraal) is co-promotor.

Het Fonds Psychische Gezondheid deed een interview met Hanneke over haar home video onderzoek.

  • Can a Behavior Approach Test predict symptom change for OCD? M. van Geijtenbeek