Rob Doornebal-Bakker

U bent hier :Home/werken & leren/wetenschappelijk onderzoek/interviews/Rob Doornebal-Bakker

bewegingsstoornissen preventief aanpakken’

Op het terrein van een psychiatrisch ziekenhuis loopt een man gebogen, traag met een trillende hand. Wat heeft hij? Dit is een van de bewegingsstoornissen die veroorzaakt worden door antipsychotica.

Rob Doornebal-Bakker is aan de universiteit van Maastricht gepromoveerd op het onderwerp ‘Drug-induced movement disorders in long-stay psychiatric patients – Genetic and non-genetic risk factors: A prospective study’.

Hieronder willen wij graag een kijkje geven in het onderzoek bij GGz Centraal dat geleid heeft tot deze promotie.

Waar gaat je onderzoek over?
Langdurig opgenomen patiënten met een chronische psychiatrische aandoening, die daarom chronisch blootgesteld worden aan antipsychotische medicatie, vormen een groep met een hoog risico op bewegingsstoornissen. Dit geldt in het bijzonder voor patiënten in langdurig verblijf waar medicatie onder toezicht wordt gegeven.
Het doel van mijn proefschrift (titel zie hierboven) was het analyseren van de frequentie van bewegingsstoornissen door medicatie en hun genetische en niet-genetische risicofactoren. De doelgroep was langdurig opgenomen patiënten met een chronische psychiatrische aandoening en langdurige behandeling met antipsychotica.

Bewegingsstoornissen zijn in te delen in

  • dyskinesieën (onwillekeurige, vloeiende en doelloze bewegingen van het gelaat, ledematen, romp of ademhalingsspieren),·
  • dystonieën (abnormale houdingen of trekkingen van het hoofd, hals, ledematen of romp),
  • parkinsonisme en
  • akathisie (subjectieve klachten over rusteloosheid die samengaan met objectiveerbare bewegingen, meestal van de benen).

Sommige bewegingsstoornissen kunnen irreversibel worden.
Het onderzoek bestond uit een follow-up studie en een genetische studie. Tweehonderd patiënten op Zon & Schild deden mee aan dit onderzoek. Naast metingen met gevalideerde schalen is bij de patiënten bloed afgenomen voor DNA. Al deze gegevens zijn verzameld na informed consent.
Mijn proefschrift toont aan dat bij deze patiëntengroep bewegingsstoornissen veel voorkomen en dat preventie daarom van groot belang is. De hoop dat de nieuwe antipsychotica deze vreselijke bijwerkingen zouden doen verdwijnen blijkt een illusie. Oudere leeftijd en hogere antipsychicumdosis zijn risicofactoren voor bepaalde bewegingsstoornissen. Meta-analyses suggereren multipele genetische invloeden. Ook in aanvullend onderzoek werden zwakke genetische signalen gevonden, die vragen om grotere steekproeven in langlopende studies, waarin het variërende verloop van bewegingsstoornissen en gen-omgeving-interacties meegenomen wordt.

Waarom heb je voor dit onderzoek gekozen?
Genetica heb ik altijd al een interessant onderwerp gevonden. Tijdens mijn co-schappen heb ik onderzoek gedaan naar genetica binnen de vakgroep Celbiologie/Immunologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Toen ik in 2003 met prof. dr. Peter van Harten sprak over onderzoeksmogelijkheden binnen de opleiding tot psychiater, vertelde hij mij over dit onderzoek dat nog uitgewerkt moest worden. Ik was meteen enthousiast en begon met een onderzoek dat inmiddels is uitgegroeid tot dit promotieonderzoek, met prof. dr. Peter van Harten en prof. dr. Jim van Os als promotores.

Wat zijn tips als je op een onderwerp wilt promoveren?
Ik raad beginnende onderzoekers aan om cursussen te volgen in onderzoeksmethodologie, epidemiologie en statistiek. Verder is het belangrijk om goede begeleiders cq. (co)promotores te vinden. Een handig boek over (promotie)onderzoek is Promoveren; een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper van Herman T. Lelieveldt.

Wat is er zo leuk aan om onderzoek te doen?
Door het doen van onderzoek ga je anders tegen onderwerpen aankijken, wat je perspectief vergroot. Verder vind ik het ook leuk en leerzaam om cursussen te volgen die nodig zijn voor mijn onderzoek. Uiteindelijk besloot ik om de ‘master of science’ in genetische epidemiologie te doen, die ik vorig jaar heb afgerond. Het moge duidelijk zijn: onderzoek heeft mij te pakken.

Wat denk je dat jouw onderzoek bijdraagt aan de zorg?
Ik hoop dat mijn onderzoek een bijdrage kan leveren aan preventie van bewegingsstoornissen. Daarnaast geeft onderzoek extra kennis bij de onderzoeker, hetgeen ook weer ten goede komt aan de zorg. Je ontwikkelt als onderzoeker een kritische blik en je leert onderscheiden wat nuttige informatie is voor de zorg.

Heb je tips voor toekomstige onderzoekers binnen GGz Centraal?
Maak actie van je ambitie om onderzoek te gaan doen. Dit klinkt als een open deur maar de praktijk leert dat mensen de stap niet altijd (durven) nemen. Het is goed om te weten dat wij binnen GGz Centraal een Wetenschappelijk Onderzoekscommissie hebben met op elke locatie een commissielid dat je laagdrempelig kunt benaderen met vragen.

Welke voor- en nadelen vind je dat je onderzoek heeft voor de GGz-instelling?
Ik zie alleen voordelen, omdat onderzoek en patiëntenzorg voor kruisbestuiving zorgt. Om het modern uit te drukken: het levert synergie op.

Wat zijn, binnen de eigen instelling, de reacties van collega’s op je onderzoek?
Collega’s zijn over het algemeen enthousiast en nieuwsgierig naar mijn onderzoek, maar sommigen zeggen ook eerlijk dat zij er niet aan moeten denken om onderzoek te doen, vanwege het vele werk en de statistiek.

Hoe is de samenwerking met collega’s/promotoren?
Ik ben erg blij met mijn promotoren. Zij zijn erg goed in hun vak en zijn didactisch heel goed onderlegd. Op een subtiele wijze weten zij mij altijd in de goede richting bij te sturen.

Dankwoord
Ik wil de patiënten van Zon & Schild, de assistenten van de wetenschappelijke onderzoekscommissie (WOC), Saltro laboratorium, de apotheek van Zon & Schild en de verpleegkundigen bedanken voor hun bijdrage aan dit onderzoek. Ook wil ik de Open Ankh en Innova bedanken voor de financiering van dit onderzoek.

Het promotieonderzoek
Wil je meer weten over het promotieonderzoek van Rob? Klik hier

*** Plattetekst

*** Plattetekst

**** Tussenkop [Koptekst 3]

*** Tekst en beeld

*** Tekst en beeld

*** Tekst en beeld

**** Tussenkop [Koptekst 3]

*** Plattetekst