terugdringen van nachtmerries

Nachtmerries kennen we allemaal wel en we weten dat je hier flink last van kan hebben. Annette van Schagen onderzoekt of het aantal nachtmerries en de intensiteit ervan bij patiënten met psychiatrische problematiek terug te dringen is door middel van Imagery Rehearsal Therapy (IRT). Hieronder vertelt ze over haar onderzoek en inspireert andere onderzoekers met tips.

Waar gaat je onderzoek over?
Ik ben bezig met een promotieonderzoek naar de prevalentie en de behandeling van nachtmerries in de tweedelijns GGZ. Het doel van mijn onderzoek is te bepalen of ‘imagery rehearsal therapy’ (IRT) een geschikte behandeling is om het aantal nachtmerries en de intensiteit van de nachtmerries terug te dringen bij patiënten met psychiatrische problematiek.

Ik heb bij een groep van 89 patiënten van GGz Centraal gekeken naar het effect van het toevoegen van IRT bij terugkerende nachtmerries aan de al lopende behandeling in vergelijking met alleen de lopende behandeling. Dit werd nog niet eerder onderzocht bij een algemene psychiatrische populatie, terwijl duidelijk is dat er een samenhang is tussen nachtmerries en de ernst van de psychiatrische problematiek. Het terugdringen van de frequentie van de nachtmerries en de last die iemand hiervan heeft is dus van belang. Patiënten die per toeval aan de IRT-groep werden toegewezen werkten in zes individuele sessies aan het veranderen van het script van de terugkerende nachtmerries. Vervolgens beeldden de patiënten een paar keer per dag zich de nieuwe droom met een beter einde in.

Uit mijn onderzoek is gebleken dat bij patiënten in de IRT-groep het aantal nachtmerries en vooral de last die de patiënten ervan hadden, meer afnam dan in de wachtlijstgroep. Daarnaast nam ook het aantal PTSS klachten af.

Waarom heb je voor dit onderzoek gekozen?
Ik herinner me van mijn kindertijd dat ik ook wel eens nachtmerries had. Deze verdwenen gelukkig vanzelf, maar toen ik tijdens mijn GZ opleiding een patiënte in behandeling had met nachtmerries werd mijn interesse hiervoor weer aangewakkerd. Het inspireerde me om hier meer over te willen wete

Wat zijn tips als je op een onderwerp wilt promoveren?
Mijn belangrijkste tip: Kies een onderwerp dat je daadwerkelijk interesseert. Promoveren is een lang proces waarin je een hoop tegenslagen en moeilijke momenten kan tegenkomen. Hier kun je gemakkelijker mee om gaan als je enthousiast bent over het onderwerp. Daarnaast is mijn ervaring dat het fijn is als je aansluit bij een vraag die speelt in de praktijk. Dit zorgt voor meer plezier voor jezelf en maakt het makkelijker om behandelaren bij het proces te betrekken.

Wat is er zo leuk aan onderzoek doen?
Wat mij boven alles inspireerde om onderzoek te gaan doen was de wens om te weten hoe het zit. Ik wil dingen begrijpen. Daarnaast vind ik de rol die je als onderzoeker hebt een hele leuke. De patiënt is in dit geval de expert en als onderzoeker heb je de expertise van de patiënt nodig. Dit is in een behandelrelatie vaak andersom

Wat draagt jouw onderzoek bij aan de zorg?
Er is tot nu toe weinig aandacht geweest voor nachtmerries terwijl we ons allemaal kunnen voorstellen dat het een negatieve invloed kan hebben op het functioneren, zeker bij mensen die al psychische problemen hebben. Door mijn onderzoek wordt duidelijk of IRT nu wel of niet effectief is in de tweedelijns GGZ.

Heb je tips voor toekomstige onderzoekers binnen GGz Centraal?
Zeker! Hier komen ze:

  • Wees je bewust van de haalbaarheid van je onderzoek
  • Ga er altijd vanuit dat het langer duurt dan gepland
  • Sluit aan bij een vraag uit de praktijk
  • Realiseer je dat onderzoek veel van behandelaren en patiënten vraagt. Wees beschikbaar en aanspreekbaar voor ze. Creeer goodwill door zoveel mogelijk zelf te doen
  • Denk goed na bij het opzetten van je database en vraag hierover advies
  • Houd vol!

Welke voor- en nadelen vind je dat onderzoek heeft voor de GGZ instelling?
Ik focus in mijn onderzoek op de tweedelijns GGZ. Dit betekent dat de resultaten ook alleen voor die populatie toepasbaar zijn. Dit is een beperking, maar anderzijds is het een voordeel. Doordat dit de populatie is waar we dagelijks mee te maken hebben is er sprake is van een grote ecologische validiteit.

Hoe zijn binnen GGz Centraal de reacties van collega’s op je onderzoek? 
Collega’s zijn enthousiast en nieuwsgierig naar de resultaten. Het lijkt in een behoefte te voorzien en dat is als onderzoeker erg fijn om te merken!

Hoe is de samenwerking met collega’s en promotoren?
Prima. Mijn co-promotoren zijn beiden gepromoveerd op nachtmerries en nog steeds betrokken bij slaap- en droomonderzoek. Het helpt om met mensen samen te werken die betrokken zijn bij het onderwerp. Maar ook de samenwerking met collega-onderzoekers en onderzoeksassistenten is prettig. Het inspireert mij en zorgt ervoor dat ik doorzet.

Het onderzoek van Annette van Schagen is meerdere malen in de prijzen gevallen. Op het Voorjaarscongres van de NVvP won Annette de posterprijs en ook op het jaarcongres voor klinisch psychologen en klinisch neuropsychologen kwam de poster als beste uit de bus. Sinds april 2014 is Annette niet meer werkzaam bij GGz Centraal, maar bij Stichting Centrum ’45 te Oegstgeest.