Veel kinderen die bij Fornhese kinder- en jeugdpsychiatrie worden aangemeld zijn in groep twee van de basisschool gedoubleerd of gingen doubleren.

Bij veel van deze kinderen blijkt sprake te zijn van een kinderpsychiatrische stoornis.

Dineke Rang, kinder- en jeugdpsychiater, vroeg zich af of de doublure gezien kan worden als een vroeg signaal van een onderliggende psychiatrische stoornis. In 2008 startte het project Vroegsignalering, een samenwerkingsverband tussen Fornhese, kinder- en jeugdpsychiatrie, de jeugdafdeling van de GGD Flevoland, Passend Onderwijs, school, ouders en kinderen.

Uit onderzoek van het Kohnstamminstituut is bekend dat het doubleren in groep 2 geen positief effect heeft op de schoolresultaten en een negatief effect op het zelfbeeld van kinderen. Dineke: ‘Veel kinderen voelen zich door de doublure dommer dan hun leeftijdgenootjes en worden door hen ook als zodanig beoordeeld. Het is dus niet – zoals vaak wordt gedacht – dat kinderen niet in de gaten hebben dat ze doubleren en wat dat betekent. Het negatieve zelfbeeld heeft vaak een verdere verslechtering van schoolresultaten en een toename van het probleemgedrag tot gevolg.’

Om deze reden is het plan ontstaan om samen met de afdeling jeugdgezondheidszorg van de GGD Flevoland alle scholen in Almere en in tweede instantie Lelystad, te benaderen. Aan alle scholen zijn jeugdartsen en/of jeugdverpleegkundigen verbonden die de kinderen in hun ontwikkeling volgen en ze op vaste momenten screenen. Deze artsen en verpleegkundigen nemen deel aan de zorgteams van de basisscholen, waar alle zorgleerlingen en doublures besproken worden. Ook ouders en Passend onderwijs zijn hierbij betrokken.

wat belemmert de ontwikkeling?
Wat houdt het project Vroegsignalering in? Dineke: ‘Als er zorgen zijn over de psychosociale ontwikkeling van kinderen of als kinderen (gaan) doubleren in groep 2, dan worden zij in het zorgteam op school besproken en zo nodig gescreend door een jeugdarts. Ouders en leerkracht vullen screeningslijsten in en het kind wordt opgeroepen voor een extra periodiek geneeskundig onderzoek bij de jeugdarts. Aan de hand van de screeningslijsten, de resultaten van eigen onderzoek van het kind en het gesprek met de ouders, beoordeelt de arts of er sprake is van een kinderpsychiatrische stoornis of dat andere factoren de ontwikkeling van het kind belemmeren. Bijvoorbeeld cognitieve factoren of omgevingsfactoren als ernstige ziekte of echtscheiding. Is dit laatste het geval, dan verwijst de arts in eerste instantie naar de jeugdzorg voor opvoedondersteuning of iets dergelijks. Denkt de arts dat er sprake is van een kinderpsychiatrische stoornis dan bespreekt hij of zij dit met de ouders.’

aanvullend onderzoek
Sylvie Neves, jeugdarts bij de GGD, vindt het noodzakelijk dat ouders actief bij de keuze over het vervolgtraject worden betrokken. Silvie: ‘Vaak gaat het om de keuze om het kind voor aanvullend onderzoek te verwijzen naar Passend Onderwijs óf naar Fornhese om beter te begrijpen waarom de ontwikkeling stagneert. Sommige ouders staan aarzelend tegenover een verwijzing naar Fornhese en hebben een tweede gesprek nodig. Bij een verwijzing naar Fornhese worden kind en ouders versneld – binnen 6 weken – gezien; dan wordt beoordeeld of nadere diagnostiek noodzakelijk is. Door diagnostiek en vroege interventies kan voorkomen worden dat een kind al vroeg gestigmatiseerd wordt. Mochten ouders besluiten  een advies tot nader onderzoek niet op te volgen, dan wordt dat natuurlijk gerespecteerd.’

beter gedijen
Jaarlijks krijgen ongeveer vijftig kinderen via het project Vroegsignalering een verwijzing naar Fornhese. Dineke: ‘Het merendeel van deze kinderen blijkt een cognitieve achterstand (20%) of een kinderpsychiatrische stoornis te hebben (80%). Vaak is sprake van ADHD of een autismespectrumstoornis. Soms heeft een stagnerende ontwikkeling te maken met psychiatrische problematiek van een van de ouders.’

Door dit project is de samenwerking tussen de afdeling jeugdzorg van de GGD, Passend Onderwijs en Fornhese verbeterd en kunnen de verschillende partijen elkaar steeds beter vinden.  ‘Er wordt ook steeds meer nagedacht over hoe de nadruk in de zorg voor het kind kan verschuiven van ‘wat is er mis of kan er fout gaan?’ naar ‘hoe versterken we de veerkracht, hoe stimuleren we beschermende factoren?’ En over hoe ouders en kinderen meer de regie kunnen nemen in wat zij denken dat helpt. Ons doel is altijd dat het kind beter kan gedijen!’

versterking veerkracht
Sinds 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de hele jeugdzorg. Voor de financiering van hun projecten hebben instellingen dus ook te maken met de gemeenten. De gemeente Almere heeft het vroegsignaleringsproject omarmd en wil het uitbreiden naar de leeftijd  6-12 jaar. Goed nieuws voor dit mooie  samenwerkingsproject tussen de jeugdgezondheidzorg en de geestelijke gezondheidszorg. En zeker ook voor vele kinderen. Want deze vroege interventie beschermt ze tegen stigmatisering en versterkt hun veerkracht en geloof in zichzelf.

meer weten?

Voor meer informatie over het project vroege interventie kunt u contact opnemen met Dineke Rang, d.rang@ggzcentraal.nl

wilt u meer weten over ‘resultaten vertellen’?

Stuur dan een e-mail met uw vraag of opmerking naar resultatenvertellen@ggzcentraal.nl.