advies Gezondheidsraad sluit aan bij leefstijl-bevorderende behandeling GGz Centraal

07-09-2017

Recent verscheen het adviesrapport Beweegrichtlijnen 2017 van de Gezondheidsraad. Het onderschrijft in grote mate de weg die GGz Centraal in 2013 is ingeslagen met haar onderzoek naar beweging en leefstijl in de langdurige zorg en de succesvolle behandeling die daaruit voortkwam. GGz Centraal is hiermee (inter)nationaal een van de voorlopers.

Genoeg bewegen en gezond eten: het klinkt eenvoudig. Waar de gemiddelde Nederlander al moeite heeft om dit te verbeteren (en vol te houden), is het voor mensen met een ernstig psychische aandoening een extra uitdaging. Zo kunnen symptomen van de aandoening (bijvoorbeeld motivatiegebrek) het moeilijk maken om tot meer beweging te komen en kunnen bijwerkingen van sommige medicijnen (zoals verandering in eetlust) leefstijlfactoren beïnvloeden. Ook kunnen mensen bewegingsstoornissen hebben die het lastiger maken om te bewegen. Aandacht voor al deze factoren is extra belangrijk bij mensen met een ernstig psychische aandoening, omdat een leefstijl met zeer weinig beweging bijdraagt aan de verkorte levensduur van maar liefst 10-20 jaar van deze doelgroep, vergeleken met de algemene bevolking.

Naast gezonde voeding en een kritische blik op medicatiegebruik, kan meer bewegen bijdragen aan het terugdringen van deze gezondheidsklachten. In de praktijk blijkt het echter lastig om een duurzame verbetering van leefstijl te bereiken en hebben verschillende pogingen om dit te verbeteren onvoldoende resultaat opgeleverd. Bovendien is er weinig onderzoek naar dit probleem in de langdurige zorg, terwijl daar de gezondheidsproblemen het grootst zijn. Om hier meer inzicht in te krijgen en te werken aan oplossingen, is in 2013 op de afdelingen voor langdurige zorg van GGz Centraal in Amersfoort gestart met een eigen onderzoek.

betrouwbaar beeld van het probleem
Zoals de Gezondheidsraad ook beschrijft zijn vragenlijsten minder geschikt om een betrouwbaar beeld te krijgen van iemands beweging en worden beweegmeters geadviseerd. GGz Centraal zette daarom in 2013 dit soort meters in om voor het eerst op grotere schaal de mate van beweging in de langdurige GGZ objectief in kaart te brengen. Hieruit bleek dat patiënten 84% van de tijd overdag liggend of zittend doorbrachten: een uitzonderlijk hoog percentage. De zorgprofessionals zelf scoorden met 76% echter niet veel beter. De objectieve bewegingsdata zorgde er ook voor dat er meer betrouwbare verbanden konden worden gelegd. Zo bleken met name patiënten die licht intensief bewogen een hogere kwaliteit van leven te hebben. Daarnaast werden ervaringen uit de praktijk bevestigd: mensen die gemotiveerd waren om te bewegen en/of zichzelf hiertoe in staat voelden, bewogen niet meer dan de mensen die dit niet hadden. Willen is niet altijd kunnen. Het laat zien dat de huidige beweegnormen erg moeilijk haalbaar zijn bij deze doelgroep. Een meer geïntegreerde aanpak met meer ondersteuning bleek noodzakelijk.

de sleutel van multidisciplinaire samenwerking
Op basis van de opgedane kennis uit bovenstaand onderzoek én ervaringen uit de praktijk, is met verschillende disciplines een leefstijl-bevorderende behandeling ontwikkeld. Het omvat veel belangrijke elementen die terugkomen in het adviesrapport van de Gezondheidsraad: integratie van beweging door de dag heen, het voorkomen van zitten en de focus op lichtere intensiteit (van ‘niets’ naar ‘iets’). Een dagelijkse structuur vormt de basis, met gezamenlijke verantwoorde maaltijden, een actief dagprogramma, psycho-educatie en vaardigheidstraining. Het meedoen van begeleiders en verpleegkundigen vormt een belangrijk onderdeel. De behandeling wordt afgestemd op de mogelijkheden en interesses van cliënten en gesuperviseerd door psychiaters, verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, activiteitenbegeleiders en diëtisten.

heeft het zin?
Zeker! Na anderhalf jaar zien we niet alleen een toename van beweging, maar ook van lichamelijke gezondheid, kwaliteit van leven, psychosociaal functioneren en medicatiegebruik. Dit zijn belangrijke resultaten. Het is binnen de klinische GGZ een van de eerste leefstijl-behandelingen die op de langere termijn zulke verbeteringen bereikt! Het laat zien dat met een geïntegreerde aanpak, met een focus op de reductie van zitgedrag, veel bereikt kan worden. Zowel in fysieke als mentale gezondheid. Voor de resultaten is ook veel erkenning uit het werkveld gekomen, waaronder de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), Kenniscentrum Phrenos en het Meander Medisch Centrum. 

‘Voorheen lag ik 23 uur per dag in bed. Ik volg nu een jaar het leefstijlprogramma en heb me nog nooit zo goed gevoeld.’
Quote cliënt

hoe houden we dit vol?
Deze resultaten zijn erg mooi, maar zoals ook de Gezondheidsraad aangeeft, is duurzame verandering van beweeggedrag een blijvende uitdaging. Hoe houden we dit vol en hoe kunnen we dit succes verspreiden, ook in de huidige veranderingen van de zorg? Daarom is er een evaluatie gedaan van de eerste anderhalf jaar, waarbij we hebben bekeken wat bevorderende en belemmerende factoren zijn geweest. Op basis daarvan gaan we de behandeling verder verbeteren. Een volgende stap is dat we de behandeling gaan implementeren op de klinische afdelingen van GGz Centraal in Ermelo, waar we zullen kijken of we dezelfde positieve resultaten kunnen bereiken. De kennis en ervaringen die we opdoen zullen we delen met andere instellingen, met als doel de behandeling in de langdurige zorg structureel te verbeteren.

nieuwe beweegrichtlijnen
Zoals in de praktijk is gebleken, zijn de huidige beweegnormen – die vooral focussen op matig-intensieve en intensieve beweging – erg moeilijk haalbaar voor mensen in de langdurige GGZ. Meerdere pogingen om mensen in beweging te krijgen strandde. Bij GGz Centraal hebben we afgelopen jaren meer inzicht gekregen en binnen de huidige context een behandeling ontwikkeld die laat zien dat met een verschuiving van ‘niets’ naar ‘iets’ en algehele activatie veel bereikt kan worden. Het opstellen van een minimale richtlijn met de focus op de verandering van zitgedrag naar beweging – met de aantekening dat meer bewegen altijd beter is – kunnen wij vanuit de praktijk dan ook onderschrijven. We hopen dan ook van harte dat de minister de aanbevelingen zal overnemen.

In overeenstemming met het adviesrapport, merken we ook in de GGZ dat verder onderzoek nodig is om beter inzicht te krijgen factoren die een rol spelen bij (het verbeteren van) de beweging en leefstijl van mensen. GGz Centraal zal zich hiervoor blijven inzetten en gaat eventuele samenwerkingen – zoals voorgesteld in het rapport – graag aan.

meer informatie?
Kijk op de pagina van het leefstijlonderzoek of mail Jeroen Deenik.

Het onderzoek naar de effecten en implementatie is mede mogelijk gemaakt door Stichting tot Steun VCVGZ. Het vervolgonderzoek in Ermelo wordt ondersteund door St. Zorgondersteuningsfonds.