Pieces of the Puzzle - Empirical studies on the diagnosis Dissociative Identity Disorder

11-04-2016

Eline Vissia - als GZ-psycholoog werkzaam bij TRTC Transit in Ermelo - promoveert op maandag 2 mei op haar onderzoek naar de etiologie van dissociatieve identeitsstoornis (DIS).

Het proefschrift van Eline, met de titel ‘Pieces of the Puzzle – Empirical studies on the diagnosis Dissociative Identity Disorder’, heeft als doel om nieuwe wetenschappelijke informatie te bieden met betrekking tot de etiologie van DIS.

Dissociatieve identiteitsstoornis is een psychiatrische stoornis die wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van twee of meer verschillende persoonlijkheidstoestanden die herhaaldelijk de controle over het gedrag van de persoon nemen. Ondanks dat DIS sinds 1980 in de DSM is opgenomen, bestaat er een voortdurende discussie tussen aanhangers van het trauma- en van het fantasie model over de etiologie van de stoornis. De bevindingen van dit proefschrift verlenen voornamelijk empirische steun ten gunste van een trauma-gerelateerde etiologie van DIS.

Onderzoek gebruikmakende van psychologische vragenlijsten liet zien dat personen met DIS het hoogste scoren op traumamaten, gevolgd door personen met posttraumatische stress stoornis (PTSS) en daarna door personen in de gezonde controlegroep (HC). Op lijsten die fantasierijkheid en suggestibiliteit meten, werd niet overtuigend verschillend gescoord, hetgeen pleit tegen het fantasiemodel.

Op structurele hersenscans werd gevonden dat mensen met DIS een kleiner hippocampaal volume hebben in vergelijking met PTSS en HC. Daarbij bleek een negatieve relatie te bestaan tussen traumatisering in de kindertijd en volume en vorm van de hippocampus.

Functioneel hersenonderzoek toonde aan dat verschillende persoonlijkheidstoestanden in DIS van elkaar te onderscheiden zijn op basis van een werkgeheugentaak. De trauma-gerelateerde persoonlijkheidstoestand had een slechtere taakprestatie en beperkte activatie van het prefrontale-pariëtale werkgeheugen netwerk. Wanneer personen met DIS vervolgens werden vergeleken met actrices die de stoornis nabootsten, bleek dat er verschil in hersenactiviteit tussen beide groepen zichtbaar was. Actrices presteerden ook beter op de werkgeheugentaak.

De openbare verdediging van het proefschrift zal plaatsvinden op maandag 2 mei, om 16:15, in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Eline Vissia: e.vissia@ggzcentraal.nl

 

« vorige |  vergroting |  volgende »

meer foto's