Hoe maken we van het geheel meer dan de som der delen?

U bent hier :Home/Resultaten vertellen/Hoe maken we van het geheel meer dan de som der delen?

Met een royaal armgebaar nodigt hij ons binnen in zijn ietwat hol klinkende kamer. Arjan Theil, ruim een half jaar staat hij nu – samen met Albert van Esterik – aan het roer van GGz Centraal. We vroegen hem naar zijn bevindingen en ambities.

Wat deed je besluiten om hier bestuurder te worden?
‘Ik had een hele leuke baan bij de Parnassia Groep, waar ik de inhoud van de kinder- en jeugdpsychiatrie mocht aansturen. Er moest wel iets heel verleidelijks komen om mij daar weg te krijgen en dat is deze functie zeker. Het is echt een eer om mee te mogen denken over de doorontwikkeling van zo’n groot deel van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. In deze regio gebeurt veel en er moet ook nog veel gebeuren. Met name de vermaatschappelijking is ontzettend belangrijk.’

Wat bedoel je daar precies mee?
‘Door de vermaatschappelijking moeten we onze gezondheidszorg-denkkaders tegen het licht houden. Aan de ene kant is het van belang om het medisch denkkader vast te houden: wie is ziek en wie niet? Maar je moet het ook los kunnen laten. Bij iemand die volledig in de war is past uiteraard het ziektemodel; al kan het zelfs daar niet de enige insteek zijn. Maar er zijn ook mensen die in hun dagelijks functioneren veel moeiten hebben omdat ze bijvoorbeeld regelmatig somber zijn, zonder dat dat nou altijd een depressie is. Zulke klachten hebben impact op alle aspecten van het leven. Welke rol spelen wij – de ggz – daarin? Ik vind het mooi om mee te denken over hoe we de behandeling en begeleiding verder vorm kunnen geven.’

Is er iets waar je echt aan moest wennen?
‘Ja, mijn kamer! Aan het eind van mijn sollicitatiegesprekken werd me vol trots gevraagd of ik mijn kamer wilde zien. In mijn vorige functie had ik geen kamer. Tja, dat was wennen… Zo’n kamer staat voor: ‘mensen komen naar jou’ en ‘kijk eens wat een belangwekkend gebeuren het hier is’. Die symboliek vind ik lastig. Mensen moeten letterlijk en figuurlijk een drempel over als ze de kamer van de bestuurder betreden; dat zet me op achterstand, zo voel ik dat.
Mijn rol is om samen met Albert uiteindelijke afwegingen te maken voor de organisatie. Maar de gedachte dat wij het allemaal wel zullen weten – en dat straalt die kamer uit – die benauwt me. Visie en strategie ontwikkelt zich in de dialoog.
Ik heb er echt over getwijfeld: ga ik die kamer betreden ja of nee. Maar zoals je ziet, ik heb hem nog steeds niet ingericht. Binnenkort wordt dit een flex-kamer en ontmoetingsruimte voor mensen die met beleidsmatig zaken doende zijn.’

Hoe zie je je eigen ontwikkeling als bestuurder?
‘Het ultimo is dat je jezelf volledig misbaar maakt, maar dat is voorlopig een utopie. Er moeten nu nog mensen zijn die de ggz – in nieuwe constellaties en nieuwe manieren van werken – in de gaten houden. We zouden wel meer – zoals je dat nu in ICT-netwerken ziet – zonder specifieke leider en meer systemisch kunnen gaan werken. Zover is het nu nog niet, maar ik wil dat zoveel mogelijk gaan benaderen.’

Welke stappen gaan we daarin maken?
‘De eerste vraag is: hoe kunnen Albert en ik ervoor zorgen dat we niet de bepalende factor zijn, maar dat wij degenen zijn die anderen scherp houden? Dat is niet alleen een verandering voor ons als bestuurders maar ook voor anderen. Anderen gaan niet alleen mee bepalen, er zit ook verantwoordelijkheidsverandering aan vast. En de verantwoordelijkheid naar de mensen die van je afhankelijk zijn, wordt veel belangrijker. Want als je het niet goed doet, hebben zij er last van. Je kijkt meer naar de zijkant, hoe zijn we als teamspelers met elkaar bezig, en minder naar boven: doe ik het wel goed? Het gaat om verantwoording naar elkaar, om teamontwikkeling en gebruikmaken van elkaars expertise. Hoe zorgen we ervoor dat we van het geheel meer maken dan de som der onderdelen? Eigenlijk kunnen we aan verpleegkundigen een voorbeeld nemen. Als er op de ene afdeling ellende en shit is, dan is er geen verpleegkundige die zegt: ‘Ik heb nu even geen tijd.’ Ze staan direct voor elkaar klaar. Hoe abstracter je werk, des te minder je je persoonlijk aangesproken voelt om samen de schouders eronder te zetten, lijkt het wel.’

Wat wil je de komende jaren bereiken?
‘In één woord samengevat: gezamenlijkheid. Dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Bij sommige organisatieonderdelen hebben mensen het gevoel dat ze alleen kunnen verliezen als ze zich aan GGz Centraal als geheel conformeren. Ik heb mensen horen zeggen: ‘GGz Centraal, daar heb ik niks aan, alleen maar lastig, dan komt er weer een dictaat en dan moet ik weer van alles.’

We moeten een manier vinden waarop je samen meer bent dan in je uppie. Dat is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.  Met elkaar moeten we ervoor zorgen dat het steeds beter wordt, dat is onze opdracht. Dat we soms enorm gefrustreerd zijn, is begrijpelijk. Soms gaan we tien stappen vooruit en weer vijf terug. Dat hebben de afgelopen jaren meegemaakt, veel afbraak, mensen met pijn in hun buik. Maar het brede perspectief is dat we in Nederland een cultuur en mogelijkheden hebben én dat we zorg hebben voor elkaar. Dat is toch een basis waarop we weer verder kunnen bouwen.’

Waar is jouw maatschappelijke bewogenheid ontstaan?
‘Ik heb veel consulten gedaan in de gevangenis en gesloten jeugdzorg. Daar zitten mensen met net zoveel psychopathologie als binnen de ggz. Vaak gaat het om mensen uit de laagsociale klasse die nooit in aanraking zijn geweest met de ggz. Omdat ouders, huisarts en school er niet alert op waren; deze kinderen zaten onder de radar. De ggz sloot totaal niet bij deze groep. Ik denk dat de volwassenenpsychiatrie altijd veel actiever is geweest in het blijven opzoeken van mensen die echt onderaan zitten. Wij – als kinder- en jeugdpsychiatrie – hebben teveel met de rug naar die problemen gestaan. Ik wil kijken naar de tekortkomingen die wij als ggz hebben, om te zorgen dat we beter gaan aansluiten bij alle doelgroepen.’

Wat is jouw wens voor GGz Centraal?
‘Kort gezegd: verbinding en stabiliteit. In de ‘bovenlaag’ – het managementteam – is een aantal items neergezet, zonder deze in te vullen. Nu gaan we deze in de haarvaten van de organisatie bespreken. Ik hoop dat daaruit komt dat we elkaar willen versterken. Het gaat dus om verbinding. Intern maar ook extern. Dat laatste is best complex. Zo komen de gemeenten steeds meer aan het roer bij het inrichten van de zorg en begeleiding; daar hebben onze patiënten veel mee te maken. Ik zou graag vanuit een partnerschap met de gemeentes willen werken. Door samen te bespreken wat we voor elkaar kunnen betekenen.’

‘Er werken nu zo’n drieduizend mensen in GGz Centraal. Hoe krijgen we iedereen mee, hoe laten we dat gemeenschappelijke gevoel meer zijn dan een grapje van de bovenlaag? Dat is nog een hele moeilijke. Daar ligt mijn grote uitdaging. Want voor je het weet ben je weer een half jaar verder, wordt het comfortabel en ben je dol op deze kamer…’

Arjan Theil – in het kort

  • 53 jaar, opgegroeid in een leuk gezin met 2 oudere broers met wie hij altijd aan het knokken was. ‘Daar komt ongetwijfeld mijn knokkersmentaliteit vandaan…’
  • Doordat zijn vader militair was, is hij als kind veel verhuisd. ‘Ik noem mezelf wel ‘verhuizer’, ben nooit ergens met het idee: hier blijf ik 20 jaar. Al heb ik ook wel ergens lange tijd gewoond en gewerkt. Maar mijn perspectief is altijd: wat kan ik op deze plek voor elkaar krijgen in – laten we zeggen – vier jaar?’
  • 20 jaar bij zijn vrouw, 2 stiefkinderen, samen 2 kinderen. De oudste twee zijn het huis al uit, de jongste twee zijn 16 en 17. ‘Ik heb de mazzel dat het thuis allemaal lekker loopt, dat geeft ruimte.’
  • Vakantieland: Italië. ‘De bonus van dit land: waar je ook zit, je hebt altijd goed eten en prachtige cultuur om je heen.’
  • Films: regisseurs Andrej Tarkovski en Peter Greenaway; titels: The Godfather, Remains of the Day. ‘Ik heb beslist feminiene kanten; zo houd ik erg van mooie, langzame liefdesintriges.’
donderdag, 5 april 2018 |Categorieën: Resultaten vertellen|