Familievertrouwenspersoon: ‘we proberen met z’n allen op een lijn te komen’

U bent hier :Home/Resultaten vertellen/Familievertrouwenspersoon: ‘we proberen met z’n allen op een lijn te komen’

Na een prachtige carrière als manager bij de Lievegoed Zorggroep, werd het tijd om het over een heel andere boeg te gooien. Joke van der Veer koos ervoor om familie plaats te geven binnen de behandeling en pakte haar kans om Familievertrouwenspersoon te worden bij de Landelijke Stichting familie vertrouwenspersonen (LSFVP) en is gedetacheerd bij GGz Centraal.

‘Is het nog steeds niet over?’
Over een hartoperatie kan men uren ongestoord praten. Hoe ging het? Hoe voel je je nu? Dat geldt helaas niet voor mensen met psychiatrische klachten, dan denkt men vaak, ‘is het nou nog steeds niet over?’ Er heerst een groot verschil in beleving rondom psychiatrische stoornissen en tussen chronische somatische problemen. (zorg en behandeling bij een chronische lichamelijke aandoening).

Hoe ga je om met het ziektebeeld van een dierbare? Het is een worsteling voor veel familieleden. Ze blijven daarom vaak met onbeantwoorde vragen zitten en soms worden ze zelfs buitengesloten. Laatst had ik een moeder van een patiënt aan de lijn: “Ik snap niet dat mijn zoon niet een beetje opknapt van dit mooie weer, hij is zo ontzettend depressief”. Ik vertelde haar dat mensen juist depressiever konden worden van dit soort dagen. Iedereen is blij en dit vormt een enorm contrast met de gemoedstoestand van iemand die depressief is. Waarop ze zei: “Oh, ik dacht altijd dat mensen met name in het najaar depressief werden”. In mijn rol kunnen mensen hun verhaal kwijt bij mij als ze daar behoefte aan hebben. Ik los daarmee misschien geen problemen op, maar als familievertrouwenspersoon geef je een familielid zo wel meer begrip, inzicht en rust.

Verbinding met familie
Ik heb altijd gewerkt in de geestelijke gezondheidszorg. Ik ben manager geweest bij de Lievegoed Zorggroep, maar na een lange tijd vond ik het tijd voor iets anders. De laatste jaren voor mijn pensioen wilde ik weer met de inhoud bezig zijn. Toen kwam de advertentie van familievertrouwenspersoon bij de LSFVP voorbij en pakte ik mijn kans. Dit was wel een heel bewuste keuze. Je moet eigenlijk wel enige ervaring hebben in de psychiatrie en het is daarnaast goed als je persoonlijke ervaring hebt op dit vlak. Misschien is nog wel het belangrijkste dat je verbinding moet kunnen leggen met de familie om een goede familievertrouwenspersoon te worden.

Ik had een schoonzusje met een schizo-affectieve stoornis. We, mijn voormalige partner en zijn familie, hebben een hoop meegemaakt met haar en nog steeds is het een zorgenkind. Je loopt soms echt tegen muren op als familie. Elke keer, al had mijn schoonzusje ons op alle mogelijke manier gemachtigd, moesten alle verzoeken en vragen toch weer eerst met haar besproken worden. Je voelt je vaak buitenspel gezet. Een eigen familielid kun je als het ware ‘lezen’, toch merkte ik steeds weer dat de ggz ons daarin niet serieus nam. Deze machteloosheid is voor mij een belangrijke drijfveer geweest om uit te zoeken of ik in een groter geheel iets zou kunnen betekenen.

Machteloosheid als drijfveer
Niet lang geleden belde een vader voor zijn dochter, een jonge vrouw van begin dertig. Haar ouders waren het hele weekend in paniek en in de weer geweest met hun dochter omdat ze een psychose had. Ze was steeds op zoek naar water en probeerde meerdere keren met haar luchtbed het water in te gaan. In de loop van de week werd ze steeds psychotischer. Uiteindelijk toen de arts erbij werd gehaald, werd er een enorme inschattingsfout gemaakt. De arts dacht namelijk dat het ging om een persoonlijkheidsstoornis. Het ging echter om een psychose en ze bleek daarnaast suïcidaal te zijn. Haar ouders namen continu contact op met de crisisdienst, maar die gaven steeds het advies dat ze moesten afwachten. Op maandag was de maat vol en zijn ze naar een psychiater gegaan. Die vertelde dat het zo niet langer ging en ze opgenomen moest worden. Achteraf wilden die ouders natuurlijk een klacht indienen. Ik hoorde eerst wat de familie te zeggen had en heb vervolgens contact opgenomen met de zorginhoudelijke manager van de crisisdienst om samen in gesprek te gaan. Mijn doel was om in eerste instantie te luisteren en de emotie eraf te halen. Het vertrouwen van de ouders was geschaad, iemand die aan hun kant van het verhaal stond, dat is wat ze nodig hadden. Uiteindelijk hebben de ouders van het hoofd behandeling van de crisisdienst excuses gekregen.

Met z’n allen op één lijn komen
Mijn doel is dat we samen weer door een deur kunnen. Ik neem altijd het uitgangspunt ‘we moeten het samen doen’. De behandelaar is vaak een beetje eng en soms is het verhaal zo ingewikkeld, dat de woorden die een behandelaar gebruikt, vertaald moeten worden. Als ik bij de gesprekken ben, is het grote voordeel dat ik na afloop altijd kan vragen of men alles heeft meegekregen en de belangrijke informatie heeft onthouden. Het is daarom ook van belang dat we veel meer samen met de familie of andere dierbaren doen.

Hoe om te gaan met familie is voor alle beroepsgroepen een belangrijk vraagstuk. Soms zit je met hoogopgeleide mensen aan tafel, soms met mensen die een ander soort uitleg behoeven, maar de behandelaar moet aan iedereen een helder verhaal kunnen vertellen. Het allerbelangrijkste is uiteindelijk om met z’n allen op één lijn proberen te komen.

Meer weten over ‘resultaten vertellen’?
Stuur dan een e-mail met uw vraag of opmerking naar resultatenvertellen@ggzcentraal.nl.

maandag, 1 oktober 2018 |Categorieën: Resultaten vertellen|