samen werken aan herstel

U bent hier :Home/Cliënten/behandeling & herstel/samen werken aan herstel

Psychiatrische problemen kunnen het leven behoorlijk overhoop halen. Alledaagse dingen ondernemen en het opbouwen van vriendschappen kunnen daardoor lastig zijn.

Door te leren van ervaringen en op zoek te gaan naar waar u goed in bent, kunt u herstellen en uw leven een nieuwe invulling geven. Bij herstel gaat het er niet om of u volledig geneest. Het gaat erom dat u leert omgaan met lichamelijke, mentale en sociale uitdagingen én dat u daar zelf regie over voert.

herstelverhalen

In mijn herstelverhaal beschrijf ik wat ik tot nu toe in mijn herstelproces gedaan heb, hoe ik dat ervaarde, wat ik er bij voelde.

Voor mijn gevoel is het herstelproces begonnen bij het auto ongeluk wat ik veroorzaakt heb. Het eerste wat ik deed was vluchten, weglopen van mijzelf en als een tweede ik verder gaan leven. Dit heb ik een kleine dertig jaar volgehouden. Dit was eigenlijk een passieve periode, tenminste grotendeels. Er zijn in die dertig jaar twee uitzonderingen geweest.

De eerste kwam na ongeveer vijf jaar. Ik durfde op een gegeven moment niet meer in de auto te stappen, zomaar van uit het niets. Ik kreeg steeds dezelfde beelden voor mijn ogen. Hier volgden al snel nachtmerries op. Ik kwam al snel bij een psycholoog terecht die mij vrij direct voorstelde om een nieuwe behandeling uit te proberen, EMDR. Ik stond overal voor open, als ik die beelden maar kwijtraakte en weer kon slapen. Zij gaf aan dat er nog niet zoveel over bekend was, maar dat het mij zeker kon helpen. Ik heb één behandeling van haar gehad. Zeer succesvol, ik raakte het beeld en de emoties daarbij kwijt. Helemaal geweldig vond ik toen.

De tweede keer was in 2001, januari. Ik kreeg een telefoontje op mijn werk dat iemand die ik kende, om het leven was gekomen bij een auto ongeval. Ik ben naar huis gegaan en ben begonnen met huilen. Dit heeft ongeveer een maand geduurd, ondertussen naar de huisarts gegaan. De diagnose was een burn out. Eerst aan de medicijnen en dan proberen de rust te vinden. Weer naar een psychiater, slechte keuze deze keer. Na twee sessies kwam hij met de oplossing, ik was teveel met mezelf bezig en kon absoluut niet tegen kritiek, te groot ego. Voor mij en iedereen die mij kende totaal onherkenbaar. Dus afscheid genomen van deze, in mijn ogen, kwakzalver. Het zelf maar gedaan. In het totaal ben ik toen ruim een half jaar uit de running geweest.

De actieve periode begon nadat ik ben gaan scheiden. De scheiding kwam voor mij aan de ene kant onverwachts, aan de andere kant had ik het al een beetje aanvoelen komen. We leefden meer als vrienden dan als man en vrouw. We waren beide veranderd en uit elkaar gegroeid. Daarnaast had zij iemand leren kennen die ze graag mocht. We wilden ook niet bij elkaar blijven voor de kinderen, we waren er beide van overtuigd dat ze er meer onder te lijden hadden als we bij elkaar bleven dan als we zouden scheiden. In de aanloop naar de scheiding zijn we nog bij een huwelijkstherapeut geweest, dit was achteraf nutteloos, zij had haar beslissing allang gemaakt. De manier waarop mijn vrouw mij in die tijd heeft behandeld, hoe zij met het geheel omging heeft veel bij mij losgemaakt. Zij was mijn hele leven mijn anker geweest, ik vertrouwde haar volkomen. Ik voelde mij bedrogen, in de steek gelaten, verraden en nagetrapt. Wat ik nog had aan eigenwaarde verdween als sneeuw voor de zon.

In die periode kreeg ik last van enorme emotionele uitbarstingen, ik kon het allemaal niet thuisbrengen en besefte dat ik hier iets mee moest doen, dit was zo niet ik. Ik ben toen onder behandeling gegaan bij eenhaptotherapeut. Met behulp van haar probeerde ik mijn geest en lichaam weer met elkaar in contact te brengen zodat ik kon werken aan mijn probleem. Want dat er een probleem was, was wel duidelijk. Alleen wat de oorzaak was wist ik niet. Tijdens de sessies werd al snel duidelijk dat het te maken had met mijn auto ongeluk. Ik ben er bij haar achter gekomen wat er met mij aan de hand was.

Toen zij me tijdens een sessie opeens vroeg wanneer ik voor het laatst blij was geweest vertelde ik zonder na te denken dat het zeker dertig jaar geleden was geweest. Daarna brak ik en ik ben begonnen te huilen. In de behandelingen die volgden kwam ik tot de ontdekking dat ik eigenlijk al dertig jaar geen emoties heb ervaren. Niet bij mijn huwelijk, niet bij de geboorte van mijn kinderen, nergens bij. Ik dacht dat ik gelukkig was, maar eigenlijk was ik diep ongelukkig. Maar waarom? Waarom had ik geen emoties, waarom was ik ongelukkig, waarom leefde ik al zolang met een spanning in mijn lijf?

Het werd duidelijk toen ik samen met mijn therapeut mijn fotoalbum ging bekijken. Dit moet ik even uitleggen om het duidelijk te maken. Ik heb een fotoalbum, een witte multomap met zwarte fotobladen, met daarin de foto’s, krantenknipsels en overlijdensberichten van het ongeluk. Ik weet altijd precies waar het album ligt en ik wil niet dat iemand er aan komt.

Maar nu ging het dan gebeuren, ik ging het samen bekijken met mijn therapeut. We bekeken de foto’s en knipsels, licht geëmotioneerd maar wel rustig. We bekeken de rouwkaarten van de overleden jongens en toen vroeg ze mij waarom ik de volgende bladzijde leeg had gelaten. Ik hoefde niet na te denken, die plek had ik gereserveerd. Voor mijn kaart, ik had dood moeten zijn, niet zij. Het was mijn schuld, dus waarom leefde ik nog en zij niet. Meteen viel er een heel groot puzzelstuk op zijn plek, zowel bij mij als bij mijn therapeut. Ik had mezelf doodverklaard, ik vond dat ik geen recht had om verder te leven.

Het hiervan bewust worden was best een enorme schok, zo had ik het nog nooit beleefd, nog nooit ook maar enigszins die richting op gedacht. Totdat ik het nu zomaar hardop uitsprak.

Mijn therapeut gaf tijdens een van de volgende sessies aan dat zij mij niet alleen meer kon helpen, zij wilde graag dat ik bij een psycholoog de behandeling verder voortzette. Ik ging hiermee natuurlijk akkoord, ik wilde toch “beter” worden? Maar dan wel naar een psycholoog die zij voor mij uit zou zoeken, eentje die bij mij paste. En dat heeft zij gedaan. Het was ongeveer eind oktober/begin november en de eerste afspraak kon niet eerder dan begin februari. Jammer, maar ik wilde per se naar deze psycholoog dus nam dat voor lief. Ik bleef gewoon zolang onder behandeling van mijn therapeut.

Ik probeerde mijn leven weer op de rit te krijgen, financieel alles geregeld en gladgestreken. Mijn werk was zeer onprettig, maar wel draagbaar. En mijn relatie met mijn familie werd steeds beter. De feestmaand dan ook goed doorgekomen, maar wel erg moe, geestelijk moe. Ook de maand januari goed doorstaan. Januari is een maand vol verjaardagen, mijn moeder, mijn vader, mijn zoon en de tweeling. Het is dus ook een erg drukke sociale maand geweest en ik had het best wel gehad met alle drukte.

Op dinsdag 4 februari was ik in de avond aan het chatten met mijn zus en ik vertelde haar dat ik binnenkort even met mijn ouders wilde praten. Zij vroeg toen of er wat aan de hand was. Ik vertelde haar dat er volgens mij niks aan de hand was, maar dat het meer om een gevoel ging. Een half uur later stond zij bij mij op de stoep. Op dat moment brak ik, ik besefte mij ineens waar ik mee bezig was geweest de afgelopen weken. Ik was afscheid aan het nemen, ik had financieel alles geregeld en had de afscheidsbrieven al geschreven. De volgende dag werd ik opgenomen op de KIZZ, kritische opvang van de GGZ, vanwege grote kans op zelfmoord. Ik had mijzelf dertig jaar geleden al geestelijk doodverklaard en wilde dat nu ook lichamelijk doen.

Ik heb zes weken op de KIZZ gezeten. Het heeft mij goed gedaan. Ik kreeg rust, medicatie en er werd gezorgd, ik hoefde mij nergens druk over te maken. Ik heb in die tijd misschien twee gesprekken gehad met mijn persoonlijk begeleider, meer hoefde ik ook niet. Wat ik wel erg fijn vond was het contact dat ik toen opbouwde met een van de medecliënten. Het klikte goed en er was al snel een vertrouwensband. Door de gesprekken die wij voerden kwam ik tot rust, terwijl aan de andere kant de waardering die zij mij gaf mijn zelfvertrouwen goed deed. Tot op de dag van vandaag hebben wij nog steeds contact en dat zal ook zo blijven. Ik heb daar ook ervaren hoe fijn het is als je niks moet, maar wel mag. Ik heb er zelf voor gekozen om mee te doen aan creatieve therapie en aan groeps pmt. Later tijdens de opname heb ik ook persoonlijke pmt gehad. Deze therapie heeft ervoor gezorgd dat mijn denken weer begon, positief deze keer. Het moment dat ik ontslag kreeg was even slikken, maar wel oké. Ik wist dat ik thuis goed opgevangen zou worden. Mijn zus is tijdelijk bij mij in komen wonen  en ik kreeg ambulante hulp vanuit de GGZ met de mogelijkheid tot een eventuele heropname als dat nodig zou zijn.

Tijdens mijn opname ben ik een aantal keer met mijn zus op stap geweest, wandelen of ergens terrasje pakken. Op een van de uitstapjes zijn we op mijn verzoek naar een stenenwinkeltje geweest. Ik was opzoek naar een bijzondere steen, hij moest een bepaalde kleur blauw hebben. Waarom? Ik weet het niet. Misschien gevoel? Ik had sinds kort in ieder geval iets met de kleur blauw. We hebben veel stenen gezien maar geen voelde goed. Tot de mevrouw van de winkel met een drietal stenen aan kwam, ik pakt er een van en wist meteen dat dit DE STEEN was. Hij voelde warm en prettig. Sindsdien heb ik die steen altijd bij mij, hij voelt warm als mijn energie te laag is, koud als ik teveel energie heb. Hij veranderd in temperatuur zoals mijn emotie veranderd. Soms is hij zo warm dat ik hem niet vast kan houden. Anderen voelen deze energie niet, een enkeling daargelaten.

Mijn kinderen woonden een week bij mij en een week bij hun moeder, met uitzondering van mijn zoon, die woont gewoon vast bij mij. Om mij thuis de rust te kunnen geven die ik nodig had zijn mijn drie dochters volledig bij hun moeder gaan wonen. Voor mij best wel een zware beslissing, het voelde niet goed. Alsof ik ze wegjoeg naar iemand die ze emotioneel absoluut niet kon steunen. Maar ik heb duidelijk uitgelegd dat ik voor mij zelf moest kiezen om door te kunnen gaan. De meiden vonden het helemaal goed, “beter dat wij je niet elke dag zien dan dat wij je nooit meer kunnen zien”. Ik weet nu dat ik toen de enige goede beslissing heb genomen, onder andere daardoor ben ik al zover gekomen.

Mijn zus is in die tijd, en nog steeds, erg belangrijk voor mij geweest. Zij heeft er niet alleen voor gezorgd dat mijn opname geregeld werd, maar ook na mijn opname is zij diegene geweest die ervoor gezorgd heeft dat ik de rust kreeg die ik nodig had. Zij ontzorgde, maar wat veel belangrijker was is de ruimte die zij mij gaf. Wij hebben veel met elkaar gepraat en dat is voor mij erg verhelderend geweest. Zij gaf aan dat zij het niet begreep, maar wel accepteerde wat er met mij aan de hand was. Mijn vertrouwen in haar is dan ook enorm. Dat is nog extra versterkt toen zij aangaf dat als ik het wilde, ik moest doen wat ik op dat moment wilde (dood dus). Zij zou het accepteren, maar wilde wel graag dat ik haar een berichtje zou doen als het zover was. Door haar aanwezigheid, haar manier van reageren en het inspelen op wat ik wilde, kon ik mij verder ontwikkelen in mijn herstelproces.

Mijn dochters hadden een vriendin die ook erg goed met mijn zoon omging. Ik ben met haar gaan praten, zij was toen 17 jaar. Het bleek dat zij eerder dat jaar op het punt had gestaan om er een eind aan te maken. Door daar met haar over te praten kreeg ik voor mijzelf veel duidelijkheid, het fijne was dat het voor haar ook veel goed heeft gedaan. Zij komt nog steeds dagelijks bij mij thuis, zij vindt bij mij de rust en opvang die zij nodig heeft en dat geeft mij een goed gevoel. Ik vind ook rust en ontspanning bij haar. Zij is voor mij eigenlijk als een dochter, soort pleegdochter dus.

In de eerste tijd na mijn ontslag uit de KIZZ leefde ik eigenlijk niet voor mijzelf. Ik bleef nog even leven voor mijn zus, mijn pleegdochter en mijn kinderen. Heel langzaam is dit overgegaan in het blijven leven voor mijzelf. Dit punt heb ik bereikt vlak voordat ik opgenomen werd op de Hezenberg.

Ik ben tijdens mijn opname in behandeling gegaan bij een psycholoog (buiten de GGZ), wat een geweldige ervaring. Het klikte direct en voelde erg vertrouwd, de gesprekken hebben mij veel stof tot nadenken gegeven en er zijn erg veel kwartjes gevallen. Hij is ook diegene met wie ik samen tot de conclusie ben gekomen dat het tijdens de eerste EMDR behandeling waarschijnlijk niet goed was gegaan. Wij kwamen erachter dat ik geen eigen herinneringen over al die jaren had. Alles wat ik wist waren dingen die mij verteld waren. De eerste EMDR behandeling zorgde ervoor dat ik de plaatjes niet meer kon koppelen aan de bijbehorende emoties. Maar had ook tot gevolg dat ik in de jaren die volgde geen emoties kon koppelen aan ervaringen. Achteraf gezien klopt dit wel, afgezien van die twee eerder beschreven situaties heb ik al die tijd geleefd zonder echte emoties. Deze vaststelling heeft voor mij wel veel duidelijkheid gebracht, ik kon nu een boel dingen verklaren. Hij stelde in augustus 2014 voor om een GGZ opname te doen op de Hezenberg in Hattem. We hadden beiden het gevoel dat ik stil stond. Ik heb het toen afgewezen, mijn gevoel gaf aan dat het niet het goede tijdstip was. Dat bleek ook wel. Doordat ik thuis was en niet in opname ben ik in de gelegenheid geweest om mijn kinderen te ondersteunen toen zij te horen kregen dat hun moeder borstkanker had. Nadat het bij hun verwerkt was en de rust weergekeerd was, heb ik aan mijn psycholoog gezegd dat het wat mij betreft nu tijd was. Ik kreeg de gelegenheid om vlak voor kerst met het traject te beginnen en die kans heb ik aangenomen.

Vlak voordat ik naar de Hezenberg zou gaan heb ik nog een gesprek gehad met mijn pleegdochter. Zij bedankte mij in dat gesprek voor wat ik voor haar gedaan had, zij gaf aan dat ze zonder mij niet zover gekomen was, dat ik haar de persoon liet zijn die zij was. Dit heeft mij erg aangegrepen, ik vond het zo moeilijk om dit bedankje te ontvangen, dat ik in een crisis raakte en op het punt heb gestaan om mijn polsen door te snijden (letterlijk het mes er al op hebben staan). Ik ben zelf in staat geweest om mij hiervan te weerhouden, een zware innerlijke strijd met hoog schrikgehalte voor mijn omgeving. Dit punt heeft echter ook iets positiefs, het is ook het punt waarop mijn zelfwaardering zich weer iets begon te ontwikkelen, te bevrijden.

Op de Hezenberg, pastorale instelling voor GGZ, vond ik het heerlijk. Ik volgde daar leuke therapie en had een goede klik (en daardoor goede gesprekken) met mijn vaste therapeut. Ook kwam ik terecht in een hele mooie groep mede gasten. We hebben ook buiten de therapie veel met elkaar over ervaringen gepraat, het heeft mij veel waardevolle ervaringen gebracht. Ik heb hier kennelijk ook wat bij mijzelf veranderd. Mijn rust nam toe, mijn innerlijke rust, mede door de meditatie en de gesprekken en in mijn hoofd vond ik rust. Tijdens deze weken op de Hezenberg zochten mijn medegasten mij ook op om te praten. Mijn aanwezigheid tijdens bepaalde groepstherapieën had ook een bepaalde positieve invloed. Dit was dusdanig dat de therapeuten begonnen te vragen wanneer ik bij hun aan het werk ging. Dit heeft mij erg aan het nadenken gezet, over mij en wat ik eigenlijk wilde.

Ik ben gaan nadenken over het helpen van mensen, kon ik dat en vooral was dit echt wat ik wilde? Ik ben dit uit gaan proberen. Ik ben vrijwilligerswerk gaan doen voor de Stichting Welzijnswerk in Hoogeveen. Hier ben ik betrokken geraakt bij de opzet van een ontmoetingscentrum en dementheek. Dit beviel wel goed, maar de organisatie paste niet goed bij mij en over de doelgroep twijfelde ik. Dus ben ik verder gaan zoeken. Ik kwam de opleiding Ervaringsdeskundige in de zorg tegen, dit voelde direct goed en ik heb mij direct ingeschreven. Daarnaast ben ik mij in gaan zetten voor de Depressie Vereniging, lotgenootgroepen opstarten in Drenthe.

Al deze activiteiten geven mij een goed gevoel, geven waarde aan mijn leven. Soms is het erg druk, ik moet dan echt oppassen. Ik maak dan wel de keuze om bezig te zijn met dat wat ik leuk vind. De huishoudelijke werkzaamheden komen dan als eerste op een laag pitje. Ik ben in de prettige omstandigheden dat ik een aantal mensen om mij heen heb die mij erop wijzen dat ik tegen mijn grenzen aan zit, dat ik even pas op de plaats moet maken, mijn rust moet pakken. Nou ben ik best eigenwijs en heb de neiging dan toch even door te gaan, maar als ze het gaan koppelen aan hun bezorgdheid raakt het mij toch elke keer weer. En dus neem ik wat extra rust en laat de opleiding, de depressie vereniging en stage even voor wat het is.

Wat de toekomst mij gaat brengen weet ik niet, gelukkig niet. Wat ik wel weet is dat ik mij niet druk maak, ik doe wat ik wil doen, leef zoals ik wil leven. Ik leef in het nu, niet in het verleden, niet in de toekomst maar in het heden. En dat maakt het leven een stuk dragelijker.

Mis ik nog iets? Ik weet het niet. Soms mis ik een sociaal leven, vrienden, voel ik mij alleen. Aan de andere kant mis ik het totaal niet, is het goed zo.

Ik sluit het verhaal hier af. Er is natuurlijk nog veel meer te vertellen, er komen steeds weer nieuwe dingen bij. Misschien maak ik het ooit nog eens af, voorlopig is dit genoeg. Er is veel gebeurd en ik had mij het leven anders voorgesteld. Maar toch ben ik blij dat ik het meemaak, ik zou het niet willen missen, het heeft mij teveel gebracht.

Mijn herstelverhaal staat, zoals denk ik bij iedereen, in het teken van up’s en down’s. Ik zal proberen terug te gaan naar mijn, achteraf bezien, eerste herstelmoment, en daar chronologisch herstelmoment na herstelmoment aan toe te voegen.

Na een intensieve gebruiksperiode van 25 jaar, een relatiebreuk en een flinke depressie daarop volgend, stortte ik eind mei 2013 volledig in. Dit resulteerde in een suïcidepoging. Daar zouden nog enkele op volgen.

Ik verkeerde in een totale toestand van ontreddering. Vanaf mijn 16e was ik al in gebruik, begonnen met alcohol, geëindigd met alcohol, en daar tussenin zo’n beetje alles gebruikt wat God verboden had. Mijn leven en mijn carrière opgebouwd in gebruik. Maar na dit alles, en een relatiebreuk en daarna, min of meer volkomen vereenzaming, stortte ik in. De verstandhouding met mijn ex was slecht, ik zag de kinderen niet meer, zakelijk ging het natuurlijk ook niet zo lekker meer en ik was aan het eind van mijn Latijn. Ik liep al langere tijd met de gedachte: Hoe kom ik uit deze impasse, hoe kom ik hier uit, hoe geef ik dit een wending ten goede? Ik had al het hoogst haalbare op mijn vakgebied wel behaald, maar had in mijn werkzame leven ook nog een slordige 25 jaar te gaan. Eigenlijk stelde ik mezelf steeds maar dezelfde vraag: Wat moet ik doen, wat kan ik doen en wat wil ik dan eigenlijk. Ik kwam er niet uit en besloot, uitgeput en murw geslagen, er maar een eind aan te maken. Ik kon niet meer, ik wou niet meer.

Toen ik weer bij mijn positieven kwam op de IC in het Scheperziekenhuis in Emmen was ik eerst teleurgesteld. KUT! Het was mislukt! Had ik niet genoeg pillen ingenomen, niet genoeg sterke drank erbij? Ik had toch ook nog een paar ferme slokken spiritus ingenomen? Ik snapte er helemaal niets meer van.

Doorverwezen naar de open afdeling van de GGZ te Emmen herstelde ik lichamelijk vrij snel van de door mijzelf toegebrachte schade. Geestelijk was ik nog lang erg verward maar de beschermde omgeving van de afdeling deed me goed. Hierop terugkijkend was dit voor mij een eerste stap in mijn herstelproces. Ik wist nog niet hoe, ik wist nog niet wat, maar een eerste stap was gezet. Ik wilde eigenlijk helemaal niet dood, ik wilde leven. Maar niet meer zo als ik daarvoor mijn hele leven had geleefd, en kon nog niet precies handen en voeten geven aan ‘hoe dan wel’ maar er was iets heftigs gebeurd, het ijs was gebroken. Ik had nog totaal geen zicht op hoe ik dit vorm zou gaan geven maar ik kon weer iets dóen.

Ik werd doorverwezen naar de VNN-kliniek in Leeuwarden. Observatie en diagnostiek. Na daar 4 weken te hebben doorgebracht kreeg ik het advies voor een langdurige klinische opname. HoogHullen. Mijn eerste reactie was: Geen denken aan! Ik had immers een eigen bedrijf en moest weer aan het werk. Er moest weer geld binnenkomen. Na enig overleg kreeg ik uiteindelijk het advies mee om dan toch op z’n minst de KD te gaan doen. Kortdurende dagopname in Leeuwarden. 9 Weken te gaan, dat kon ik nog wel overzien. Ik ging dan op de vrijdagmiddag naar huis, lees: vrijdagavond weer aan het werk, zaterdag de hele dag klanten, zondagochtend even uitslapen en  zondagmiddag, eind van de middag, weer terug naar Leeuwarden. Hoewel ik de behandeling met goed gevolg heb afgesloten, “het beste jongetje van de klas”, was dit scenario natuurlijk gedoemd om te mislukken. Na met ‘eervol’ ontslag te zijn gegaan zou ik deel gaan nemen aan de 3-daagse deeltijdbehandeling in Emmen. Die 3-daagse nam ik niet zo serieus, ik was immers “genezen”! Daar van uitgaande dacht ik: Het kan wel weer, af en toe een borreltje. Met als gevolg dat ik na pakweg 5 weken weer gewoon terug was bij af!

Na mijzelf weer volledig te hebben overschat, inmiddels al weer overwerkt, én in gebruik, heb ik eind November op een avond, in een soort van paniekaanval, mijn moeder gebeld. Ik was bang dat ik, net als een half jaar daarvoor, mijzelf weer iets aan zou doen. En, zonder dat zelf echt door te hebben, wou ik dat kennelijk  helemaal niet. Mijn moeder heeft me toen opgehaald en, er was inmiddels al weer contact met VNN, Fact-team, ben ik een weekje bij haar geweest om vervolgens door te stromen naar de IC-detoxafdeling in Beilen. Ook hier kan ik nu op terugkijken als zijnde een tweede stap in hertstel. Totale ontreddering en wanhoop, maar geen doodswens meer. Ik wou mezelf niet nog eens iets aan doen. Hoe bizar en onwerkelijk het ook voelde, ik wilde leven!

Na de detox in Beilen te hebben doorlopen kreeg ik het advies nu toch maar wel een langdurige klinische opname te gaan doen. KD was leuk geprobeerd maar voor een verslaving van 25 jaar was een opname van 4 maanden toch  ‘iets’ te kort. Eenmaal gearriveerd op HoogHullen dacht ik: Wat er ook gebeurt, ik maak dit af! Hoe moeilijk ik het hier ook zal krijgen; Ik was natuurlijk allang op de hoogte van al de horrorverhalen over HoogHullen, ik maak het af. Dat is achteraf een héél goed besluit geweest.

HoogHullen was, zoals ik was geïnformeerd, een soort van heropvoedingskamp. Je zou helemaal tot op je enkels worden afgebrand om daarna, stukje bij beetje, weer te worden opgebouwd. Zo heb ik het allerminst ervaren. Geloof het of niet. Ik heb er een fantastisch jaar gehad. Ik hoefde niet te worden heropgevoed, ik kwam immers niet van de straathoek, en had al een heel sociaal, beschaafd, leven achter de rug. Wat ik daar wel weer heb teruggekregen is mijn eigenwaarde en zelfrespect, welke  na zo’n hachelijke periode natuurlijk waren gereduceerd tot 0. Het kunnen herstellen van mijn zelfbeeld was denk ik de 3e grote stap in herstel.

Wederom was ik als snel weer het beste jongetje van de klas, totdat!!?! Tijdens een weekend naar huis, ergens begin Juli, werd ik geconfronteerd met het onbegrip, aangaande de ziekte verslaving, van mijn achterban, mijn familie. Mijn familie was ’s zaterdags op HoogHullen geweest voor de familiedag en ik zou met hun terugreizen naar Z.O.-Drenthe om daar mijn vrije weekend door te brengen. Ik was in die tijd al opgeklommen tot Gangmaker van de Commune en deed het eigenlijk héél erg goed. En toch was er een soort van ontevreden, onbestemd gevoel. Ik had als laatste de avond voorafgaand, alles nog eens gecheckt. De tafelrokken nog eens rechtgetrokken, de boeketten nogmaals geschikt, en toch voelde ik me niet lekker, ontevreden. Tijdens de familiedag kreeg ik van mijn moeder en mijn broertje te horen dat ik na zo’n tijd in opname te zijn geweest, het ook maar eens klaar moest zijn. Ik moest maar eens weer flink zijn. Help??!? Flink zijn deed ik al mijn hele leven. De volgende dag, ik was bezig mijn weekendverslag te schrijven, mijn zusje en mijn broertje nog even langs. En bij binnenkomst kreeg ik gelijk een hele stapel ongeopende post van mijn zus onder de neus. Ik moest het zelf maar weer oppakken, zij had genoeg gedaan en wist ook niet meer hoe hier mee aan te moeten. Eenzelfde soort van paniek, net als eind mei 2013, kon ik nog maar één ding denken: Wég van hier, wég van deze aardbodem. Een tweede suïcidepoging volgde. Opnieuw ontwaakte ik op de IC-afdeling van het Scheperziekenhuis te Emmen.

Nadat ik weer een beetje bij mijn positieven kwam werd ik overgebracht naar het IMC te Eelde. Eerst om weer een beetje op verhaal te komen, om daarna weer terug te keren in de Commune. Ik kreeg een plaats in de bezinningshoek om een schrijfopdracht te maken die betrekking had op mijn terugval. Voorts kreeg ik de opdracht om met alle communeleden een gesprek te hebben van minimaal 15 minuten. En tijdens zo’n gesprek mocht het enkel over mij gaan, dus niet over degene met wie ik het gesprek voerde. De staf was van mening dat ik mijzelf veel te veel wegcijferde, omwille van een ander.

Ik heb met alle communeleden een gesprek gehad van wel minstens 30 minuten, en van wat ik van de Commune terug heb gekregen heeft mij enorm gesterkt. Zoveel  zorgen, zoveel betrokkenheid, zoveel energie, en zoveel liefde! Daar ondervond ik mijn 4e stap in herstel.

Ook heb ik, nadat mijn zus de hele boekhouding voor mijn neus neerkwakte, zakelijk gezien de draad weer opgepakt. Wat mijn zus niet lukte, lukte mij wél. In no time had ik een betalingsregeling getroffen met alle schuldeisers. Ik kon de zaken weer overzien! Herstelstap 5!

Na een maand langer te hebben doorgebracht in de Commune verhuisde ik naar fase 3. Daar leerde ik weer een beetje op eigen benen te staan. Nog wel de  veiligheid van het huis, maar wel in een veel kleinere zetting dan in de Commune. Ieder had zijn eigen dagbesteding en eigenlijk had je alleen de avondmaaltijd als gezamenlijk moment. Dat was voor mij ook het moment dat ik besloot niet meer terug te keren naar mijn oude omgeving. Het bedrijf verhuren was een gunstige optie. Maar mét het besluit om mijn bedrijf te verhuren moest ik ook afscheid nemen van met identiteit. Met het verhuren van het bedrijf was ik ineens ook kapper en ondernemer af! Maar hoe moest het nu verder, nu ik ineens geen kapper meer was? Toen pas realiseerde ik me dat ik vanaf mijn 16e mijn identiteit volledig had ontleend aan mijn ambacht. Nu ik niet meer kon leunen op mijn “oude” identiteit moest ik mijzelf weer helemaal opnieuw uitvinden. Dat was behoorlijk schrikken.

Dankzij de 2-daagse deeltijd, die bestond uit inzichtbiedende Schema-therapie en, meer gevoelsbeleving georiënteerde Pesso-therapie, kon ik mijn identiteit weer opnieuw vormgeven. Waarom ben ik wie ik ben, waarom doe ik wat ik doe en waarom reageer ik zo op de wereld en reageert de wereld zo op mij. Ik had mijn verblijf op HoogHullen inmiddels afgerond, een fantastisch  afscheid gehad en woonde aan het begeleidwonen-traject Coendersweg in Groningen. Ik deelde daar een unit met mijn maatje van HoogHullen. We hadden hier samen voor gekozen, mede om elkaar ondersteuning te bieden in moeilijke tijden. Nou, die moeilijke tijden kwamen! Na een goede start te hebben gemaakt, viel mijn maatje bij herhaling terug. Ik heb alles uit de kast gehaald om, zowel hem, als mezelf staande te houden. In deze periode heb ik mijn eigen kracht ontdekt als het gaat om clean te blijven. Iedere terugval van mijn maatje was voor mij een stimulans om het wel clean te houden. Om, op deze manier, voor ons beide het hoofd boven water te houden. Een 6e stap in herstel.

Mijn verblijf aan de Coendersweg zat er, na een half jaar, op. Ik was druk bezig mij aan te melden voor de opleiding tot Ervaringsdeskundige in de Zorg aan de Hanzehogeschool. Omdat mijn vooropleidingen niet voldoende waren na te gaan, ik heb een particuliere opleiding tot Hairstylist gedaan aan het Hairstylistencollege te Enschede, heb ik mij aangemeld voor een 21+assesment. Een  soort toelatingsexamen om toe te worden gelaten tot het HBO-onderwijs.

Het schrijven van mijn portfolio, het maken van de MC-intelligentietest en het criteriumgericht interview waren voor mij heel duidelijke stappen in het terug winnen van mijn autonomie. Vanuit de klinische zetting en het begeleidwonen-traject kon ik eindelijk zelf weer mijn pionnen uitzetten. Groei! Ook dit heeft zéker bijgedragen aan het vervolmaken van mijn zelfbeeld. De 7e stap in herstel?

Toen was het moment aangebroken om de Coendersweg te verlaten. Ik had zelf al stappen ondernomen om huisvesting te vinden. Met een vriend ben ik bij de VVV een hofjesroutekaart gaan halen om, aan de hand, daarvan mij te gaan oriënteren naar woonruimte. Ik kende het St.Anthonygasthuis al van het voorbijgaan als ik boodschappen deed voor mijn vrijwilligerswerk bij Ixta Noa. Telkens als ik daar eens naar binnen gluurde dacht ik: Dat gaat mij toch nooit lukken. Toen ik eenmaal op weg was langs allerlei hofjes in de binnenstad dacht ik: Waarom een ander wel, en ik niet. En zo ben ik, door mezelf goed te verkopen, terecht gekomen in bovengenoemd hofje. Eigen initiatief, eigen regie, en mezelf even in een goed daglicht stellen! Herstelmoment nr. 8.

Mét dat ik echt mijn plekje had gevonden kwam ook de onheilstijding. Achteraf was de verhuizing mij net iets te snel gegaan. Ik had aan de Coendersweg een goede staat van dienst en kon, als het moest, nog met gemak een half jaar blijven. Maar de aanbieding van de hofjeswoning kon ik niet laten schieten, dus, min of meer, overhaast vertrokken. Als of dat nog niet genoeg was kwam ik, twee dagen na mijn intrek, ten val met de fiets. Een fikse hersenschudding was het resultaat. Tot overmaat van ramp werd mijn maatje, na de zoveelste terugval, van de Coendersweg weggestuurd en stond ie met een armvol kleren bij mij op de stoep. Berooid en volop in gebruik. Na hem  tot twee keer toe onderdak te hebben geboden, waarbij hij  de fatsoensregels met handen en voeten betrad, knakte ik, een nervous- breakdown. En de verhuizing, en het 21+assesment, de hersenschudding en de belediging/minachting die men mij ten deel viel zorgden er voor dat ik emotioneel volledig aan de grond zat. Ik wist niet meer hoe dit te verwerken. Totdat mijn ambulant begeleidster Ellen weer opnieuw met het voorstel kwam om toch maar eens het besluit te nemen om ondersteunende medicatie te gaan gebruiken. Ik was tijdens mijn verblijf aan de Coendersweg, door alle omstandigheden, soms al aardig aan het wiebelen, maar deze keer had ik eigenlijk geen keuze meer. Ik moest wel, wilde ik voordat school begon, de benen er weer onder krijgen. Een verademing! Ik had telkens een antidepressivum afgehouden omdat het mij, gezien eerdere ervaringen, te veel vervlakte. Ik wilde juist bij mijn gevoel komen, maar dit was kennelijk iets te veel van het goede. Vanaf het moment dat ik begon met het antidepressivum voelde ik al verlichting. Gelijk! Eindelijk kon ik de dingen weer met iets meer afstand bekijken, zonder dat het er gelijk inhakte. Ook dat heb ik ervaren als een overwinning, toegeven dat ik het niet altijd op eigen kracht red. Mijlpaal nr. 9!

Op dit moment ben ik nog bezig met psychotherapie. Deze is  voor mij voornamelijk bedoeld om langzaam afscheid te nemen van klinische- en therapeutische zettingen. Ik weet van mezelf dat ik er nog niet ben, maar ik werk wel naar het einde toe. Ik ben inmiddels 44 jaar, heb een bewogen leven achter de rug, en met dat ik dit schrijf, breek ik even…

Ook dit is herstel! Mijlpaal nr. 10?

Ik kan schrijven over nu. Ik kan schrijven over mijn strijd. Ik kan schrijven over mijn gevoelens, mijn schaamte, mijn angst, mijn haat en woede.

Geen probleem. Ik wéét dat het herstel is. Maar ik kan de momenten niet accepteren als zijnde herstel. Ik ga de worsteling beschrijven, met hoogte_ en dieptepunten in heden en verleden, maar ik vermijd het woord herstel. Misschien dat het dan lukt.

Ik was 19 toen ik uit huis ging. Die eerste avond eindigde met mijn hoofd in de wasbak, als een soort startsein van de 10 jaar die erop zouden volgen. Ik ontmoette allerlei mensen en ik liet ze allemaal toe. Dook van de ene relatie in de andere, man of vrouw, jong en oud en stukje bij beetje raakte ik verder van mezelf verwijderd. Ik wilde mezelf niet zien, als reactie op de jaren dat ik me niet gezien voelde. Terugkijkend durf ik te zeggen dat ik mezelf in die jaren na de wasbak- avond mezelf beetje bij beetje bevrijd heb. Ik zat zo vast in een lichaam en hoofd dat geleerd had te zijn wat ik niet was, dat ik mezelf eerst letterlijk kapot moest maken voor ik de stukjes weer aan elkaar kon plakken.

Fuck! Wat een klote opdracht! Ik heb de afgelopen jaren zoveel geschreven en nu kom ik nergens. Ik ben goed in het schrijven hoe shit het is. Goed in het schrijven wat ik ervaar en voel en zou willen. Maar schrijven wat heeft bijgedragen aan mijn herstel blijk ik een onmogelijke opgave te vinden. Dat komt omdat ik voor mezelf weiger te denken aan mijn gevoel en ervaringen vanuit herstel. Ik ben dezelfde als tien jaar terug, maar dan heb ik me een geaccepteerd leven aangemeten. Het frustreert me enorm dat ik dit moet schrijven terwijl ik er niet achter kan staan. Alles wat ik geschreven heb, spit ik door om tot een verhaal te komen en hoewel ik me volledig kan vinden in mijn eigen woorden, kan ik het niet zien als herstel. Maakt mij dat dan ongeschikt voor deze opleiding en een toekomstige functie als ervaringswerker?

“Het is goed. Ik wil doodgaan terwijl ik jou aan de telefoon heb.” 1999. Midden in de nacht. Ik in mijn huis met de hoorn in mijn hand. Zij aan de andere kant. Haar reactie op het beëindigen van de relatie. Ze was aan het doodgaan. Achteraf bleek het een hele serieuze poging. Die nacht in het ziekenhuis, de volgende ochtend tijdens het boenen van haar vloer, mijn kat die ik meenam uit haar huis en die overigens nog steeds bij me is. Hoe beroerd ook, het is destijds een enorm keerpunt geweest. Ik kon voor mezelf opkomen en liet me niet meer kapotmaken door een ander.

De periodes wisselen elkaar af, soms snel en soms lijkt het rustiger. Maar het blijft. Tegenwoordig lukt het me meestal het er te laten zijn zoals het is. Ook al lijkt het einde van de negatieve stemming niet in zicht en zie ik het niet meer zitten. Ook al voeren de heftige emoties de boventoon, ik durf te erop te vertrouwen dat ik weer een manier vind me beter te voelen. Als ik maar degene ben die bepaalt wat werkt. Door het tijd te geven, rust te nemen, me af te sluiten, door te gaan of wat het ook maar is op dat moment.

the day after
Hoe ik thuis gekomen ben weet ik niet. Dat ik bezopen was maakte me niet uit. Het ging erom dat het helder was in mijn hoofd en rustig in mijn lijf. Hoeveel ik toen geslikt en gedronken heb weet ik niet. Dat ik van de wereld was maakte me niet uit. Het ging erom dat ik kalm was in mijn hoofd en gevoelloos in mijn lijf. Hoe ik naast mijn bed beland ben met mijn hoofd in de prut weet ik niet. Dat dat zo was maakte me niet uit. Het ging erom dat het leeg was in mijn hoofd, leeg in mijn lijf en ik niet meer verder wilde leven. Toch heb ik gebeld met de boodschap dat het zo niet langer kon.

Ik vergrijs. Niet meer zwart tegenover wit, maar grijs. Ik heb me een leven in het grijs aangepraat. Dat zou het beste voor me zijn. Alle therapieën hebben me dat geleerd. Rust, veiligheid, structuur, discipline, regelmaat en vastigheid. Waar zijn mijn hoogte_ en dieptepunten? Ik mis ze. Ik mis de chaos, de impulsen, de actie, de absurditeit, de toestanden. Ik mis mijn opgefokte, waardeloze, ellendige leven dat altijd zwart of wit gekleurd was. Want op de goed momenten was ik toch heel gelukkig en op de slechte momenten zorgde de roes wel voor een gelukzalig gevoel. Kortom, het was feest. Feest met een nasmaak, maar wel feest.

Nu is er geen viezigheid, maar ook zeker geen feest. Doorgaan, nog langer doorgaan, instorten, alles dumpen en kwijt raken, helen en opnieuw beginnen. Dat kende ik, zo ging het. Nu ben ik normaal, al jaren. En er wordt van me verwacht dat dat zo blijft en eigenlijk is het alsof het nooit anders geweest is. Mijn ouders sluiten hun ogen en beginnen nu pas aan mijn leven. Maar mijn onrust blijft en niemand die iets ziet aankomen. Hoe kan ik in hemelsnaam verlangen naar de vrijheid en moeilijkheden terwijl ik alles om me heen heb wat goed voor me is? Ik vergrijs en gebruik zelfs dat als excuus om me ellendig te voelen.

open opname in Leeuwarden
Vloekend en razend tegen de Vrouw, stond ik daar in de hal voor het eerst oog in oog met Gerda. Ze zat aan tafel een broodje te eten als ik me niet vergis. En ze grijnsde naar me. De Vrouw wilde me naar huis laten gaan. Hoe haalde ze dat in haar hoofd, in haar achterlijke, gezonde hulpverlenershoofd! Ze snapten toch wel dat ik hier niet voor niets was? Als ze me een beetje zouden kennen, lieten ze me geen seconde meer alleen. Maar dat was ook het probleem, ze kenden me niet. Niemand kende me. Ik stond daar keihard aan de bel te trekken, en het enige wat ze zagen was een grote stempel in het midden van mijn voorhoofd. “Borderline”. Ik zou me eerst moeten bewijzen en op het moment dat ik dat snapte, begreep ik ook dat ik me op dat moment gedroeg als een echte borderliner, zoals beschreven in de boekjes. Vloekend en razend en buiten proporties. En dat was de reden dat Gerda grijnsde. Onze vriendschap was een feit.

Het is nu jaren later en ik bevind me al enige tijd in het grijze gebied. Toch weet ik niet of mijn kracht in het grijs zit. Stabiel is het wel. En gestructureerd. En veilig. Beter voor mijn gezondheid ook waarschijnlijk. Een groot deel van mijn leven beleef ik vanuit mijn borderline. Mijn kracht komt tevens vanuit mijn borderline. Het maakt me namelijk echt een leuk mens. Altijd was ik in voor de meest impulsieve, absurde acties en uitjes. Feesten tot ik letterlijk bij neerviel en een Eerste Hulp Arts me in mijn schele ogen aankeek. In de verte hoorde ik de mond zeggen dat ik maar moest slapen. Hij wist niet dat ik me al tijden in die roes bevond en dat ik hem de nacht erna weer zou zijn vergeten. Niks kater, gewoon doorgaan.

Tims Tapperij
“Tim, Tim Timmetje!” Gierend van het lachen lopen Gerda en ik als de Thelma en Louise van het Noorden Tim’s Tapperij binnen. “Meiden!” zegt Tim liefkozend. Hij zou ons maar wat graag willen neuken, maar zijn aanpak is de grote Broer aanpak. En die werkt voor ons prima. “Lolly!” roept Gerda en ze strekt haar wijsvinger en houdt deze onder de dubbele kin van Tim. Hij kijkt er wat onnozel bij en wij hebben lol. De Oude man met de Baard zit er ook. Hij heeft een huwelijk met de drank, ziet eruit als een dakloze maar er schuilt iets bluesy muzikaals in hem. Op zo’n avond maken we een dozijn nieuwe vrienden waar we het allemaal even goed mee kunnen vinden. Lachen, gieren, brullen en drinken. Drinken, kotsen en dansen. En altijd huilen op een bepaald moment. Tim heeft vanavond het terras open, want het is warm. Wat mij betreft heeft hij het mooiste plekje van de stad, onder een gigantische kastanje, naast het prachtige Theater Romein.

Soms probeer ik Hank wel eens te vertellen dat dit het niet is. Dat alles anders moet. En bovenal dat ik hier ongelukkig en onrustig van word. Maar hoe kan ik nou uitleggen hoe vermoeiend dit prima leven is? Voor hem is het niet te volgen. Wel te aanvaarden, maar niet bespreekbaar en zeker pijnlijk. En ik heb er ook geen reden voor, het komt van binnenuit als een chronisch ongenoegen. Alsof ik een vegetariër ben die elke dag onder dwang  een medium gebakken biefstuk eet. No big deal en behoorlijk luxe voor de meeste mensen maar voor de vegetariër ongezond en akelig.

dagbehandeling
Het enige waar ik aan denk is drank. ’s Ochtends weet ik niet hoe ik ’s avonds mijn bed in zal gaan, hoewel ik al vijf maanden mijn nacht nuchter doorbreng en zonder kater opsta. Zoals ik ook ieder uur weer het plan maak om vandaag te drinken. Waarom ik het dan toch niet doe? Omdat het altijd nog kan. Het is een gek idee dat als ik zou willen ik over een kwartier aan een borrel zou kunnen zitten. Het zou kunnen en dat is een onvoorstelbaar geruststellende gedachte. De drang is zo groot dat het een enorme uitdaging is om het zo lang mogelijk uit te stellen. Waar eerst de drank voor de kick zorgde, zorgt nu het niet drinken voor de kick. Met in gedachten dat het moment van die lang uitgestelde slok me een bevredigend gevoel zal geven. Als ik nu, op dit moment, het eerste glas weer zou drinken is dat zonde, want morgen zal het effect nog geweldiger zijn en als ik het ook  morgen uit kan stellen, is het die dag erna helemaal fantastisch. Zo obsessief ben ik dus bezig in mijn hoofd. Uren kan ik bezig zijn met deze gedachte, waar ik soms zelfs tranen van in mijn ogen krijg. Maar goed, ik ben dus gestopt. Iedereen die het weet vindt het knap. Iedereen die het weet is trots op me. En ik zelf ook. Maar er is een verschil tussen hen en mij. Zij geloven het en ik niet. Ik ben niet gestopt. Ik stel het slechts uit. Eigenlijk gaat het verder prima met me en ik ben blij dat ik die kater nooit meer heb en niet al mijn geld in de kroeg of thuis wegdrink. Ik ben ook maar gestopt met alle medicatie; seroxat, seroquel, tranxene, risperdal, artane, oxazepam, xanax, efexor, prozac, campral en weet ik wat. Iedereen die het weet vindt het knap. Iedereen die het weet is trots op me. Ik mis mijn voorraadje.

Regelmatig denk ik dat ik het hele borderline gebeuren nog helemaal niet geaccepteerd heb. Ik zit al jaren in een ontkenning, nee niet eens dát! Op de meest slechte momenten weet ik zelfs zeker dat ik het nooit kan hebben en nooit zal hebben. Niet ik. Ik ben toch altijd redelijk zelfverzekerd, onafhankelijk en optimistisch? Dat zien andere mensen om me heen toch ook? Ik verzet me tegen het idee dat ik een persoonlijkheidsstoornis heb en daar mee moet leren leven. Wat een onzin. Als ik me maar hard genoeg verzet en erover heen leef, is het er ook niet. Daar gelooft een groot deel van mij heilig in. Een kleiner en meer onderdanig deel van mij weet dat ik mezelf voor de gek hou.

Het is ook niet aan de buitenkant te zien, wat het allemaal zo ingewikkeld maakt. Ik durf mezelf niet te vertellen dat het dag in dag uit stormt van binnen. Ik kan mijn eigen stemming en gemoedstoestand niet eens vertrouwen, aangezien dat beide binnen een minuut kan veranderen. En vervolgens verafschuw ik mezelf om die reden. Eén verkeerd woord en er volgt een kromme gedachte die leidt tot een neerwaartse stemming.

Freek. Ik moet Freek een plekje geven in dit verhaal. Hij was tien jaar geleden mijn hoofdbehandelaar binnen de GGZ. Hij heeft mij mijn leven weer op laten pakken op de manier die ik voor mezelf goed vond op dat moment. Ik moest erg aan hem wennen weet ik nog. Hij was zo anders dan de psychologen die ik tegenover me gehad had. Liters thee dronk hij weg tijdens een gesprek om vervolgens ook om de haverklap naar de overkant van de gang te lopen waar het toilet was. Hij slurpte er overigens ook nog bij, wat eigenlijk heel storend was. Na verloop van tijd was ik uit gemopperd en kreeg ik in de gaten dat het bij Eric weinig zin had om dwars te blijven liggen. Ik kwam daar in dat kamertje even tot rust en vanaf dat moment zag ik dat er iemand tegenover me zat die juist heel open was. Hij deelde zijn eigen ervaringen. Ik weet nog dat ik daar zoveel hoop uit putte. Daarnaast was het ook iemand die mij niks voorschotelde. Ik kon zelf prima bedenken wat goed voor mij was. Lukte er iets niet, dan zei Freek: “Tja, dan vind je het misschien niet belangrijk genoeg”.

Toen ik een jaar of 8 was schoot ik een nietje in mijn vinger. Op het kleine kamertje, mijn broer sliep op de grote aan de voorkant. Heel bewust hield ik de machine tegen mijn wijsvinger en ik drukte met al mijn kracht het bovenste gedeelte naar beneden. Toen rende ik gillend naar beneden. Die eerste keer was het zeker bedoeld om wat aandacht te krijgen en dat lukte. Daarnaast was het een drang om te voelen. En ook dat lukte. Daarna duurde het jaren voor ik weer iets wilde voelen, deze keer zonder de behoefte aan aandacht. En ik ervoer een matige ontlading, die toch groot genoeg was en wat voor mij bleek te werken. De jaren daarna kon ik simpelweg niet anders en bracht het me de troost en rust die ik nodig had.

Nog altijd ben ik op zoek naar die ontlading en de uitdaging die daarbij hoort. Ik probeer zo vaak te achterhalen waar dat onbevredigde gevoel vandaan komt. Die onrust van binnen, maar ik weet het niet. Dan denk ik weer dat het niet klopt, die diagnose van mij en dat ik de borderline bedacht heb. Ik ben niet mishandeld, misbruikt of in de steek gelaten, helemaal niks van dat alles en dat maakt het zo mogelijk nog verwarrender terwijl ik me bewust ben dat ik daar blij om hoor te zijn. Het zorgt juist voor meer onbegrip, want ik heb geen verklaring en ik kan niet bij een therapeut met mijn beschadigde verleden aankomen, want die heb ik niet. Ik heb enkel mezelf en blijkbaar is dat gestoord genoeg.

Ik herstel niet van mezelf of mijn aandoening of mijn middelenmisbruik. Nee, ik herstel momenteel van het gevoel dat ik niet meer zo kleurrijk ben als ik was. Ik herstel van het gevoel dat ik niet meer impulsief kan zijn, ik herstel van het missen van de chaos en ik herstel van het besef dat ik mezelf niet meer kapot maak. Ik hoef niet te accepteren dat ik leef met Borderline. Ik moet accepteren dat de heftigheid geen plek meer heeft in mijn grijze leven. Ik mis de kastanjeboom.

Mail aan Freek, in het verleden mijn hoofdbehandelaar en in het heden mijn houvast op afstand

“Hoi Freek,                                                                                                                                                 

Na vanochtend heb ik natuurlijk alles nog eens uitgebreid door mijn hoofd laten gaan en ik had je meer willen zeggen n.a.v. de mindfulness training. Bij deze wil ik je dat alsnog laten lezen. Ik ben enorm dankbaar. Mindfulness, de meditatie, is voor mij de enige manier om met enige rust en vrede naar mezelf te kijken en het moment te beleven zoals het is. Dat is troostend en hoopvol, zonder het dramatisch te willen maken…Als je mij dan vraagt hoe ik me ga ontwikkelen, hoop ik dat ik meer acceptatie kan inbrengen door actief met de oefeningen bezig te blijven. Daarnaast ben ik jou dankbaar. Je hebt mij tien jaar terug zeer geïnspireerd en gemotiveerd mijn leven een andere wending te geven. Samen met jou heb ik toen de zelfbeschadiging, alcohol_ en medicijngebruik kunnen doorbreken en zelfs stoppen. Met toen de mindfulnesstraining als afsluiting. Het raakt me nu nog als het zo opschrijf. Van daaruit de training voor de tweede keer is voor mij belangrijk geweest en een welkome aanvulling op mijn leven. Zo. Dat was het. Dan weet je het even..”

ondersteuning nodig?

Wie u het beste kan helpen bij uw herstel, hangt af van u voor ogen hebt. U hebt de regie!
Een ervaringsdeskundige  of hulpverlener kan u bijvoorbeeld helpen bij het leren omgaan met de gevolgen van uw aandoening. Bent u op zoek naar vrijetijdsbesteding, dan kan een wijkteam van de gemeente u wellicht helpen. En ook uw naasten kunnen een belangrijke rol hebben.

Wij kunnen u helpen bij het in kaart brengen van uw doelen en met u kijken wie u daarbij het beste kan helpen. U kunt hiervoor een beroep doen op een ervaringsdeskundige of hulpverlener.

Bij  GGz Centraal zijn meerdere ervaringsdeskundige medewerkers in dienst. Zij werken vanuit eigen en collectieve ervaring met (ernstig) psychisch lijden en rolverlies. Ze ondersteunen cliënten bij hun herstel, bijvoorbeeld als lid van een behandelteam. Daarnaast geven ze scholing over herstel, onder andere aan zorgverleners.

Hulpverleners kunnen het herstel van cliënten niet bepalen maar wél ondersteunen en stimuleren. De afgelopen drie jaar is een deel van het verplegend personeel, begeleiders en behandelaars van GGz Centraal getraind in herstelondersteunend werken.

Steeds vaker zijn naasten bij het herstelproces betrokken; zij kunnen natuurlijk een belangrijk aandeel hebben in uw persoonlijk herstel.

Ook zijn er in bijna alle regio’s van GGz Centraal herstelwerkgroepen actief. In deze zelfhulpgroepen gaat u met anderen in gesprek onder leiding van een ervaringskundige. Hierdoor krijgen u inzicht in hoe u uw ervaringen, talenten en kracht kunt inzetten in voor uw herstel.

GGz Centraal kan ondersteunen bij uw herstel. We helpen u te onderzoeken waar u goed in bent, wat uw talenten en wensen in het leven zijn. Dit vertalen we in concrete hersteldoelen; denk bijvoorbeeld aan een fijne plek om te wonen, verbeteren van familierelaties of sociale contacten, gezond leven, sporten, een hobby of een (vrijwilligers)baan. Een hulpverlener kan u bij het bereiken van deze doelen coachen en de weg wijzen naar andere hulpbronnen, bijvoorbeeld in uw gemeente. U kunt ook in contact komen met een ervaringsdeskundige, dat is iemand die vergelijkbare situaties heeft meegemaakt en is opgeleid om anderen te helpen.

Herstel is een uniek en persoonlijk proces waarin u leert om het leven weer op te pakken en zin te geven, ondanks uw aandoening. Als dat niet vanzelf lukt, zijn wij er om u daarbij te ondersteunen. of

meer weten over herstel?

Kijk eens op de site van Phrenos of werkplaats herstelondersteuning
Vragen over herstel in GGz Centraal?
Mail naar h.montijn@ggzcentraal.nl

herstelondersteunende instrumenten

WRAP is een herstelmethode die helpt weer grip te krijgen op je leven, als dat door ingrijpende gebeurtenissen is ontregeld. Het is een praktisch instrument dat ruimte, vertrouwen en perspectief kan bieden. Sleutelbegrippen van WRAP zijn hoop, persoonlijke verantwoordelijkheid, eigen ontwikkeling, opkomen voor jezelf, steun geven en steun krijgen.

Als u aan een WRAP-cursus deelneemt kunt u zelf ontdekken hoe u betekenis kunt geven aan uw ervaringen en hoe dit kan bijdragen aan uw herstelproces.
De basis van WRAP is ‘de gereedschapskoffer voor een goed gevoel’; u beschrijft wat u nodig hebt om u gelukkig te voelen. Dat kan over alle facetten van uw dagelijks leven gaan. Vervolgens werkt u in 6 stappen uit wat u zelf kunt inzetten om dat te bereiken en om te voorkomen dat u uit balans raakt.

Er komen geen professionele hulpverleners te pas aan WRAP. Speciaal getrainde mensen met ervaringskennis of ervaringsdeskundigheid staan een WRAP- groep bij. In GGz Centraal zijn inmiddels 12 facilitators opgeleid en wordt WRAP verder geïmplementeerd.

Voor informatie over WRAP zie de folder of neem contact op met Dick Pomp, d.pomp@ggzcentraal.nl 

Door IMR leert u persoonlijke strategieën te ontwikkelen waarmee u uw  psychiatrische klachten kunt beheersen zodat u uw dagelijks leven kunt oppakken. U krijgt inzicht in uw aandoening en in uw stress-kwetsbaarheid. Samen met mede-cliënten, naasten en hulpverleners werkt u aan uw eigen hersteldoelen.

Belangrijke thema’s zijn:

  • sociale steun
  • omgaan met stress
  • symptomen en problemen
  • voorkomen van terugval

IMR is een gestructureerde, herstelondersteunende methodiek die verbinding maakt tussen herstel en evidence based behandelstrategieën. Het is een erkende interventie in de langdurige ggz. Coördinatie en ondersteuning vindt plaats vanuit het lectoraat Verpleegkunde van Saxion. Meer informatie kunt u vinden via het Trimbosinstituut.

IPS – idividuele plaatsing en steun –  is een uit de Verenigde Staten afkomstige interventie met de volgende kenmerken:
  •  iedere cliënt die een reguliere baan wil, kan meedoen aan IPS (‘zero exclusion’)
  •  er wordt snel gezocht naar een echte baan; de arbeidswensen van de cliënt staan centraal
  •  er wordt langdurige ondersteuning geboden, zowel aan de persoon als aan de werkomgeving
  •  IPS is geïntegreerd met behandeling, de trajectbegeleider is lid van een ambulant GGz-team

IPS gaat uit van het idee dat iedere cliënt die dat wil, kan werken in een reguliere arbeidsplaats. Langdurige trainingen vooraf  blijven daarbij achterwege. Deelnemers worden snel in de gekozen functie geplaatst en daarna gericht getraind in de benodigde werkvaardigheden.

De trajectbegeleider maakt altijd deel uit van een ambulant ggz-team, omdat de gebruikelijke afstand tussen ggz-hulp en arbeidsrehabilitatie tot veel afstemmingsproblemen leidt.

Inmiddels zijn 25 medewerkers bij GGz Centraal opgeleid tot IPS-trajectbegeleider. Zij zijn voornamelijk actief in de FACT-teams.

In bijna alle regio’s van GGz Centraal zijn herstelwerkgroepen actief. In deze zelfhulpgroepen gaat u – onder leiding van een ervaringskundige – met andere cliënten  in gesprek over ervaringen en herstel. Dit gebeurt aan de hand van thema’s; de eerste 3 thema’s staan vast: kennismaking, bronnen van steun, valkuilen. Daarna worden thema’s op vraag behandeld. Door deelname aan een herstelgroep krijgt u zicht op uw eigen herstelproces en kunt u uw persoonlijke balans én de regie over uw eigen leven herwinnen.

cursus ‘kennismaken met herstel’
De basis voor alle herstelactiviteiten: begrippen herstel en empowerment worden uitgelegd. Deze cursus is een voorbereiding op volgende herstelactiviteiten en herstelwerkgroepen.

Steekje los en  Doe je mee?
Dit zijn bordspellen waarmee verschillende thema’s aan bod komen. Doel is om op een andere manier het gesprek aan te gaan.

1 op 1 begeleiding 
Een ‘kartrekker’ en een cliënt voeren gesprekken, wandelen, doen boodschap, gaan koffie drinken etc.

herstelverhalen schrijven
Hoe stel ik mijn eigen herstelverhaal samen? En hoe schrijf ik compact en hoe kom ik tot de kern?

Deze activiteiten worden (nog) niet in alle regio’s aangeboden.